|
's-Hertogenbosch
De bevrijding oktober 1944
Dinsdag 6 juni: D-Day
Op de Teheranconferentie in augustus 1943 planden de geallieerde
leiders Overlord uiterlijk op 1 mei 1944 in te nemen. In de
tussentijd bereidden ze zich onophoudelijk voor op de aanval.
Vrachtwagens, tanks en tienduizenden troepen stroomden Engeland
binnen. "We maakten ons klaar voor een van de grootste avonturen van
ons leven" zei een Amerikaanse sergeant. "We konden niet wachten."
Ondertussen voerden de Amerikaanse en Britse luchtmachten in
Engeland een enorme bombardementscampagne uit die spoorbruggen en
wegen in Noord-Frankrijk aanviel om te voorkomen dat de
|
|
Duitsers reserves inzetten om de
invasie te stoppen. Nadat generaal Dwight D. Eisenhower was benoemd tot
opperbevelhebber wijzigden hij en generaal Sir Bernard L.
Montgomery het plan waarbij het strandhoofd en het aantal divisies
in de eerste aanval werden uitgebreid. Dit leidde ertoe dat de
geallieerde leiders 5 juni 1944 als D-Day van de invasie uitriepen.
Maar op de ochtend van 4 juni voorspelden meteorologen slecht weer
boven het Kanaal op de 5e juni waardoor Eisenhower de aanval met 24 uur
uitstelde. De vertraging was verontrustend voor soldaten, matrozen
en vliegers maar toen meteorologen op 6 juni een kort venster met
helderder weer boven het kanaal voorspelden besloot Eisenhower te
vertrekken. Het was een van de moedigste beslissingen van de oorlog.
Kort na middernacht op 6 juni begonnen geallieerde
luchtlandingstroepen achter de vijandelijke linies te droppen. Hun
taak was het opblazen van bruggen, het saboteren van spoorlijnen en
het nemen van andere maatregelen om te voorkomen dat de vijand
versterkingen snel naar de invasiestranden zou sturen. Uren later
begon de grootste amfibische landingsmacht ooit samengesteld zich
door het door stormen geteisterde wateren richting de stranden te
bewegen. De meeste Amerikanen werden opgesloten in platbodem
Higgins-boten die vanaf troepentransportschepen 10 mijl van de
Franse kust werden gelanceerd. Braken vulde de bodem van de boten
en terwijl het water steeds over de reling stroomde moesten de
|
groengezichtige mannen deze walgelijke
stoofpot met hun helmen opscheppen. Hoewel het koud was zweetten de
mannen. Planners hadden de landingszone verdeeld in vijf afzonderlijke
stranden. De Amerikanen landden op de stranden van Utah en Omaha. De
Britten en Canadezen landden bij Gold, Juno en Sword stranden.
De hevigste gevechten vonden plaats op Omaha Beach, waar de vijand
zich op steile kliffen bevond die de lange vlakke kustlijn
beheersten. Troepen sprongen van hun landingsboten en werden
urenlang vastgepind door moordend mitrailleurvuur waardoor het
strand veranderde in een uitgestrekt slagveld. "Als je daar (bleef)
zou je sterven" zei luitenant-kolonel Bill Friedman. "We moesten
gewoon . . . proberen de bodem van de kliffen te bereiken waarop de
Duitsers hun verdediging hadden opgebouwd." Tegen het middaguur
hadden de Amerikanen de kliffen overwonnen en Omaha Beach ingenomen
tegen hoge kosten: meer dan 2.400 doden, gewonden of vermisten van
het totaal van ongeveer 34.000 die die dag aan land kwamen een
verliespercentage van meer dan 7 procent.
Tegen de avond waren ongeveer 160.000 geallieerde troepen aan wal en
bijna een miljoen extra mannen onderweg die zomer.
Dinsdag
5 september: Dolle Dinsdag
De voorbarige aankondiging van minister-president Gerbrandy leidde
in Nederland tot een dag van euforie en chaos die als Dolle Dinsdag
de geschiedenis is ingegaan. Heel Nederland kwam de straat op. Velen
Zwaaiden openlijk met de nationale driekleur naar Duitse troepen die
in grote wanorde naar de Heimat vluchtten. In vrachtauto's, met
paard en wagen, op geroofde fietsen, ja zelfs met kinderwagens en
autopeds probeerden ze zo snel mogelijk over de grens en achter de Siegfriedlinie te komen. Met eigen ogen zagen we die taferelen voor
ons en we genoten! Die trotse moffen kregen eindelijk een koekje van
hun eigen Blitzkriegdeeg. In Duitse kantoren werden haastig
compromitterende en geheime papieren verbrand. In de verte waren
zware ontploffingen van Duitse munitiedepots te horen. Het klonk ons
als muziek in de oren! Opslagplaatsen van de Duitse Wehrmacht in de
Bossche veemarkthallen stonden in brand. En waar de Duitsers hun
kwartieren onafgesloten achterlieten sloegen de mensen aan het
plunderen. In het klooster Mariënburg dat door de wegtrekkende
Duitsers in brand was gestoken was een grote hoeveelheid gestolen
cognac en advocaat achtergelaten. Het bluswater vermengd met
cognac spoelde onder de deur door naar buiten de straat op. Er is
in de vreugde van Dolle Dinsdag heel wat Cooymans advocaat gratis
door Bossche kelen gevloeid. Maar terwijl men boven de rivieren nog
steeds naar de komst van de bevrijders stond uit te kijken zagen we
in 's-Hertogenbosch de terugtrekkende Duitsers hun tempo vertragen en
tenslotte halt houden. Het werd akelig stil. Er klonken geen
ontploffingen meer. Scholen werden bezet door loslopende Duitse
soldaten die op hun vlucht door de militaire politie de Feldgendarnerie waren opgevangen. Dit samenraapsel werd tot nieuwe Kampfgruppen geformeerd.
In de dagen daarna werd ons langzaam duidelijk wat er gebeurd was:
door een al te snelle opmars van bijna 400 kilometer had de Britse
voorhoede een nijpend gebrek gekregen aan alles wat een oprukkend
leger nodig heeft. Benzine, munitie, voedsel het moest allemaal nog
steeds worden aangevoerd vanaf het strand van Normandië bijna 600
kilometer van het front verwijderd. Tanks moesten halt houden omdat
ze geen druppel benzine meer hadden. De geallieerde opmars kwam tot
stilstand. De Duitsers kregen daardoor een kans tot herstel waar ze
bliksemsnel gebruik van maakten. Ze
|
wierpen een verdedigingslinie op langs het
Albert- en het Kempenkanaal in Noord-België.
Bij de Kweekschool in
's-Hertogenbosch die als Duitse kazerne in
gebruik was genomen kreeg de schildwacht de teleurstelling van de
Bosschenaren in de gaten. Zijn uitspraak was onthullend en kort:
Tja de vijand heeft geen voorraden meer. En zo eenvoudig was dat.
Voor de zoveelste keer werd ons geduld op de proef gesteld. Hoe lang
zou het duren voordat de Britten hun opmars zouden hervatten? Het
antwoord in de vorm van operatie Market-Garden kwam twaalf dagen
later letterlijk uit de lucht vallen.
Maandag
25 september: Een brug te ver
Het was wel het laatste wat we hadden verwacht ondanks de
indrukwekkende overmacht die we op zondag 17 september door de lucht
hadden zien gaan, bleek een week later dat de 1e Engelse
Luchtlandingsdivisie bij Arnhem was verslagen. Maar al was het
hoofddoel van operatie Market-Garden niet bereikt de geallieerden
hadden met het bevrijden van de Corridor toch enig resultaat
geboekt. Nog één geallieerde aanval en ‘s-Hertogenbosch zou bevrijd
zijn. Dat leek ons tenminste een logische redenering. Alle
voorgaande offensieven hadden immers steeds geleid tot terreinwinst
voor de Engelsen deze laatste keer zelfs zo'n 90 kilometer. En nu
lag de frontlijn nog maar 15 kilometer van ‘s-Hertogenbosch verwijderd. Het
zou echter nog bijna vier
|
|
weken duren, voor we de Britse soldaten zouden kunnen begroeten. Wel zagen we in die tijd
regelmatig Duitse patrouilles naar het frontgebied trekken en dan
later met bebloede koppen terugkeren. Je kon zien dat ze het zwaar
te verduren hadden in de strijd tegen onze bondgenoten. Nu
's-Hertogenbosch in de frontlijn lag was de Ortskommandant
vervangen door een Kampfkommandant Oberst Dewald. Deze had van
generaal Student het bevel gekregen om 's-Hertogenbosch in staat van
verdediging te brengen. Met name aan de oost- en zuidkant van de
stad werd een verdedigingslinie aangelegd. Alle bewoners van huizen
aan die zijde van de stad moesten evacueren.
Vrijdag 20 oktober: Operatie Alan
Was tijdens de Tweede Wereldoorlog de
codenaam voor de bevrijding van de Nederlandse stad 's-Hertogenbosch
door de Geallieerden. De operatie vond tussen 22 en 27 oktober 1944
plaats en resulteerde in de bevrijding van de stad. Door het
mislukken van Operatie Market Garden waren de Geallieerden er niet
in geslaagd om een bruggenhoofd over de Waal te veroveren. Om
gebruik te kunnen maken van de haven van Antwerpen moesten de Duitse
troepen die gelegerd waren op de Zeeuwse eilanden Noord-Beveland en
Walcheren verslagen worden. De Duitse voorraden voor deze
legereenheden kwamen via 's-Hertogenbosch. De stad had een garnizoen
van vier Duitse bataljons. De 53e (Welshe) Infanteriedivisie onder
leiding van Robert Knox Ross kreeg de taak om 's-Hertogenbosch te
ontzetten. Ross plande een aanval naar Den Bosch die verdeeld was
over twee brigades. De 160ste Brigade rukte ten noorden van de
spoorweg naar Nijmegen naar de stad op met de Churchill Crocodiles
en de Shermantanks. De 71ste Brigade trok vanuit een meer zuidelijke
route naar de stad op. In de middag van 22 oktober bereikte de
160ste Brigade de Kruisstraat. Het 71ste kwam langzamer vooruit
waarop generaal Ross twee van zijn regimenten richting de 160ste
stuurde. Ze werden tijdelijk opgehouden door een mijnenveld en pas
op de 23ste werd Rosmalen bereikt.
Zaterdag 21 oktober: Daags vóór de aanval
Evenmin als de Duitsers had de Bossche bevolking nauwelijks iets in
de gaten van de Britse voorbereidingen voor de grote aanval die de
volgende dag zou beginnen. Toch valt er een klein détail te melden
Mia van Belkom een Bosch meisje dat op de Citadellaan woonde,
schreef in de ochtenduren van 22 oktober in haar dagboek 'Ze zeggen
dat de pantserwagens voorbij Hintham zitten. Eén zou vannacht t bij
de watertoren geweest zijn'. Broer Goyaerts, de reeds eerder
genoemde spion en line-crosser heeft genoteerd. Na een
verkenningstocht in een jeep met de commandant van de Stoottroepen
en een Engelse officier via Oss, Nuland, tot aan de Aa in
’s-Hertogenbosch ben ik met de Stoottroepen ingezet voor de
verovering van 's-Hertogenbosch'. Het zou kunnen zijn dat deze
mededeling samenvalt met de dagboeknotitie van Mia van Belkom. In
dat geval zou de verkenning 'tot aan de Aa bedoeld zijn geweest o
vast te stellen of de brug bij de watertoren al dan niet met
springstof geladen was. Die informatie was nodig voor de divisiestaf
van generaal Ross, die het plan had opgesteld om reeds op zondag 22
oktober 's avonds de kanaalbruggen in ’s-Hertogenbosch te bereiken
300 meter voorbij de Aa-brug. Praktisch was het altijd mogelijk om
met een snelle jeep door de linies te rijden en diep in vijandelijk
gebied door te dringen vooral als het front in beweging was
gekomen. De afstand van de frontlinie naar ’s-Hertogenbosch bedroeg
ongeveer 15 kilometer Broer Goyaerts kan inderdaad op 21 oktober 's
nachts bij de watertoren geweest zijn. Hij zegt evenwel over de
datum geen 100% zekerheid te hebben.
Zekerheden en onzekerheden
Sinds de landing van de geallieerden in Normandié waren de drie
infanteriebrigades van de 53e Welsh Divisie te weten de 7le, de
158e en de 160e steeds afzonderlijk in actie geweest. Ook tijdens
operatie Market-Garden toen de divisie ten westen van Eindhoven
Zware gevechten leverde als flankdekking voor de naar Arnhem
oprukkende troepen was van een gezamenlijk optreden geen sprake
geweest. Vanaf 6 oktober waren de brigades dan ook verspreid over
een gebied dat zich uitstrekte vanaf Sint-Oedenrode tot Elst boven
Nijmegen. Zowel aan de kop als aan de westflank van de Corridor
werden tijdens verkenningspatrouilles regelmatig gevechten geleverd.
De overige tijd werd doorgebracht met ontspanning en training met
name van de uit Engeland aangevoerde verse manschappen die de
verliezen van de voorgaande weken kwamen aanvullen en die nog geen
frontervaring hadden.
Montgomery's richtlijn van 16 oktober die leidde tot operatie Pheasant' de grote aanval ter bevrijding van Zuid-Nederland had
voor de 53e Welsh Divisie echter belangrijke consequenties. De
gehele divisie zou onder het commando van Major General Ross en met
ondersteuning van zowel l de 7e Britse Pantserdivisie als artillerie
van het 12e Legerkops één grote gecoördineerde aanval uitvoeren om
zo snel mogelijk ’s-Hertogenbosch in te nemen. De codenaam voor deze
operatie was Alan Ter voorbereiding van de. aanval werd de divisie
vanaf 17 oktober samengetrokken in de driehoek Ravenstein-Oss-Nistelrode. De tankregimenten van de 7e Britse
Pantserdivisie waren inmiddels vanaf eind september min of neer
thuis geraakt in het toekomstige aanvalsgebied ten oosten van
’s-Hertogenbosch. Dank zij verkenningen, luchtfoto's en de al eerder
vermelde spionage door burgers en het verzet was het terrein en de
opstelling van de Duitse troepen vrij nauwkeurig bekend.
De Duitsers hadden op hun beurt wel het vermoeden dat de aanval
vanuit de Corridor in westelijke richting ieder moment kon beginnen
maar zij hadden geen idee waar en op welk tijdstip die aanval zou
plaats vinden. En aangezien de divisies van het 12e Britse
Legerkorps vanaf 17 oktober slechts vijf dagen hadden om de
richtlijn van Montgomery operationeel te maken, was het voor de
Duitse inlichtingendienst tot op het laatste moment onzeker hoe de
opstelling van de vijandelijke troepen zou zijn. Dit blijkt
duidelijk uit de berichten die in de laatste twee dagen vóór de
aanval tussen de Duitse bevelhebbers werden uitgewisseld 'vrijdag 20
oktober 07.22 uur. Van 712e Divisie aan 88e Legerkorps: van een
stoottroep van vijf man zijn er in Nuland slechts drie bij ons
teruggekeerd. Twee zijn er gedood, waarvan één op een mijn gelopen
is. Dat laatste wijst niet op Engelse aanvalsneigingen.
"08.07 uur. Majoor Wentzel, staf 712e Divisie: bij Heike ten
zuidoosten van Nuland op één kilometer vóór de Hauptkampflinie zijn
twee Engelsen beschoten. De ene een luitenant werd zwaar gewond
achtergelaten de
tweede een sergeant werd gevangen genomen. Uit verhoor is gebleken
dat beiden behoren tot een verkenningseenheid van de 7e Engelse
Pantserdivisie welke pas onlangs hier is aangekomen. Het vermoeden
bestaat dat wellicht alleen de 7e Pantserdivisie daar gelegerd is.'
16.45 uur. Veldmaarschalk Model zal heden om 24.00 uur het 88e Korps
in Dordrecht bezoeken daarna ook de Commandopost van generaal Neumann in
's-Hertogenbosch. 22.45 uur. Er zijn twee plaatsen waar de 53e
Engelse Infanteriedivisie zich mogelijk zou kunnen bevinden
verplaatst naar het gebied ten noorden van de Waal teneinde noord-
of oostwaarts aan te vallen dan wel achter de Corridorlinie klaar
om ’s-Hertogenbosch aan te vallen.
|
|
Vóór de aanvalsplannen tegen
’s-Hertogenbosch spreken:
1. De aanwezigheid van de 7e Engelse Pantserdivisie.
2. Meer troepenverplaatsingen ten zuiden van de Maas dan tot dusver.
3. Regelmatige vluchten en bombardementen op Maasbruggen en
pontveren tijdens de laatste twee dagen.
4. Meer dag- en nachtverkenningen in de lucht en op de grond.
Daartegenover staat:
1. De inzet tot op heden van het 12e Engelse Legerkorps ten noorden
van de Waal.
2. het ingraven en aanbrengen van prikkeldraad rond de vijandelijke
stellingen.
3. De aanvoer van kachels en stro in de voorste linies.
4. De vijandelijke aanvallen uit de lucht kunnen bedoeld zijn om de
256e Volksgrenadier Divisie bij zijn overplaatsing van Noord- naar
Zuid-Nederland te hinderen.
Die overplaatsing is bij de vijand voor een deel bekend, gelet op de
duikvluchten op de transportcolonnes. Omtrent verblijf of vertrek
van de 7e Engelse Pantserdivisie zullen de frontinlichtingen in de
komende dagen meer uitsluitsel brengen." Om 01.55 uur, twee uur
later dan gepland, kwam veldmaarschalk Model van Heeresgruppe B in
Dordrecht aan. Generaal Von Zangen van het 15e Leger en generaal
Reinhard van het 88e Legerkorps
|
gaven Model een overzicht van de
situatie in Zuid-Nederland. Gedrieën namen zij het besluit dat
Zeeland en Brabant zouden moeten worden prijsgegeven maar niet
zonder slag of stoot door een georganiseerde terugtocht volgens
plan, het zogenaamde planmäsig zurückziehen' zou het 15e Leger over
de grote rivieren worden teruggenomen. Daarom moesten de overgangen over de
rivier de Maas verzekerd blijven. Bovendien zou ’s-Hertogenbosch zo lang
mogelijk verdedigd moeten worden om de Britten te verhinderen dat zij het
15e Leger van zijn terugtocht zouden afsnijden. Om 02.55 uur vertrokken veldmaarschalk Model en
generaal Von Zangen naar de commandopost van de 712e Infanteriedivisíe ten oosten van
's-Hertogenbosch. Wat daar in het Hinthamerpark op die vroege zaterdagochtend van 21 oktober met
generaal Neumann besproken is, wordt nergens vermeld. Wel kwam later
op diezelfde ochtend van het 88e Korps een melding binnen die
daarover duidelijkheid verschaft 09.45 uur Generaal-commando beveelt
aan de 712e Infanteriedivisie om de voorgestelde mogelijkheid B, de
terugtocht tot de Waal, voor te bereiden.' Snel na deze melding kwam
er een aantal bevelen door aan hoofdofficieren die verantwoordelijk
waren voor de organisatie van de overtocht over de Maas bij Hedel,
Heusden en Keizersveer ten behoeve van alle divisies die nog in
Zuid-Nederland aanwezig waren. De volgende dagen zou steeds weer de
nadruk worden gelegd op 'verdedigen tot het uiterste' vooral in die
sectoren waar de terugtocht van waardevolle troepen en materialen
plaats moest vinden. Uit tal van aanwijzingen blijkt dat de Duitse
legerleiding aan het westfront zonder meer rekening hield met het
prijsgeven van Zuid-Nederland tot aan de rivier de Maas als
winterfrontlijn. Op die manier werden zoveel mogelijk resten van het
Duitse l5e Leger en andere eenheden gespaard voor een groot Duits
tegenoffensief in de winter, waarvan nu bekend is dat het medio
december zou gaan plaatsvinden in de Ardennen. Slechts op één plaats
moesten de Duitsers zich op bevel van de Führer 'tot de laatste man'
opofferen. Dat was in Zeeland, waar de zware kustbatterijen zo lang
mogelijk de geallieerde konvooien die naar Antwerpen wilden
opstomen, moesten blijven beschieten. Daarnaast werd Antwerpen zelf
bestookt met massale aanvallen van V-l's en V-2's, waardoor de
materiële overmacht van de geallieerden zou kunnen worden afgeremd
ten behoeve van het aanstaande Duitse winteroffensief. Het was
duidelijk dat de Britse divisies die bij operatie Pheasant'
betrokken waren, niet hoefden te rekenen op een fanatieke
"zelfmoord' verdediging van Zuid-Nederland.
|