Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

  De Markt

  Pensmarkt

  Schapenmarkt

  Hooge Steenweg en Karrenstraat

  Fonteinstraat en Ridderstraat

  Lombardje

  Verwersstraat

  Prins Bernhardstraat en Keizerstraat

  Beurdsestraat en Weversplaats

  Korte – Lange Putstraat

  Kerkstraat en Gasselstraat

  Parade en Peperstraat

  Papenhulst en Nachtegaalslaantje

  Clarastraat en Choorstraat

  Bethaniëstraat en Sint Jacobshof

  Baselaarsstraat en Hekellaan

  Gasthuisstraat en Rozemarijnstraat

  Hinthamerstraat

  Sint Josephstraat en Nieuwstraat

  Schilderstraat en Louwse Poort

  Hinthamereinde en Zuid-Willemsvaart

  Tolburgwijk en GZG terrein

  Orthenstraat en Jan Heinsstraat

  Barbaraplaats en Sint Geertruikerkhof

  Visstraat en Binnenhaven

  Lepelstraat en Sint Jansstraat

  Molenstraat en Omgeving

  De Uilenburg

  Postelstraat en Kruisstraat

  Snellestraat en Minderbroedersstraat

  Vughterstraat

  Berewoutstraat en Westwal

  Kruisbroedershof en omgeving

  Tilmanshof en Kuipertjeswal

  Sint Jorisstraat en Spinhuiswal

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen


 

       

De Straten en Stegen

Hooge Steenweg en Karrenstraat

           

Hooge Steenweg

  

Al in haar prille begin kende 's-Hertogenbosch de drie hoofdstraten die op de Markt uitkwamen de Hinthamerstraat (wat later aangelegd) de Vughterstraat en de Hooge Steenweg. De laatste droeg toen mét de Orthenstraat de naam Orthensedijk. Hooge Steenweg werd later de naam van het straatgedeelte tussen de Scheidingstraat (scheiding tussen Markt en Hoge Steenweg) en de Ruijsche Poort. Dat deze straat hoog lag bleek uit het feit dat de huizen aan de rechterzijde vanaf de Markt gerekend achter beduidend dieper lagen dan aan de voorkant. Dat is nog altijd zo wie van de Hooge Steenweg de Scheidingstraat (die vroeger naar een huis op de hoek 'Achter de Gapert' heette) ingaat bemerkt duidelijk dat de straat daalt. Hetzelfde geldt voor de Ruijsche Poort.

De gerenoveerde huizen van de Firma van Lanschot verfraaien de straat aanmerkelijk. Voorheen was dit bedrijf in 2 panden op de Markt gevestigd nu is dat één huis no. 17. Die 2 oude huizen heetten respectievelijk: 'In den Haen' en 'In de Vergulde Ketel'. De oude gevelstenen van deze huizen voorstellende een haan en een ketel zijn nu ingemetseld op een binnenplaatsje van de gebouwen op de Hoge Steenweg. Zij zijn dus gelukkig bewaard gebleven.

    
In deze straat heeft een man gewoond die in 's-Hertogenbosch en ver daarbuiten beroemd geworden is. Dat was Abraham van Houwelingen meer bekend onder zijn bijnaam Lekkerbeetjen. Tijdens de 80-jarige oorlog was hij ritmeester der kurassiers onder Van Grobbendonck de bevelhebber der stad. Door zijn moedig gedrag stond hij hoog aangeschreven. Zijn bekendheid is vooral ontstaan door het ruitergevecht met in Staatsdienst zijn de Franse soldaten wier aanvoerder Bréauté de strijd had uitgelokt. Op 5 februari 1600 's morgens om 11 uur had dit befaamd geworden treffen plaats op de Vughterheide van weerszijden namen er 22 man aan deel. Het werd gadegeslagen door een grote menigte toeschouwers. Lekkerbeetjen sneuvelde als eerste maar de Bosschenaars wonnen de strijd. Het is hier niet de plaats

om alle bijzonderheden van dit gevecht en zijn gevolgen te vermelden maar het was toen wel een grote gebeurtenis zó groot dat er talloze afbeeldingen van gemaakt zijn honderden schilderijen en tekeningen. Ook werd zij afgebeeld op voorwerpen zoals bekers, snuifdozen en dergelijke. In een huis aan de Brede Haven werd ook een schoorsteenstuk in Delfstblauwe tegels gevonden dat de strijd voorstelt. Deze tegels werden in 1867 aan het Provinciaal Genootschap geschonken en nu kan men het gerestaureerde tableau nog altijd in het Brabants Museum bewonderen. Dat Vught een Lekkerbeetjeslaan en een Bréautélaan heeft en 's-Hertogenbosch een Lekkerbeetjestraat zal gezien het bovenstaande niemand verwonderen.
    

Eerste en Tweede Korenstraatje

  

's-Hertogenbosch kent enkele Korenstraatjes waarvan de namen aangeven dat het beroep van korenkoopman er in het verleden veelvuldig voorkwam. Bekend zijn de Korenbrugstraat en het Eerste en Tweede Korenstraatje. Ze liggen aan de rand van het oudste stadsgedeelte waar vroeger de eerste stadsmuur stond. In de late middeleeuwen liep het Eerste Korenstraatje (ook Korte Korenstraatje genoemd) aan de westzijde

dood op de muur. Aan het einde van de straat zal een smalle doorgang in de stadsmuur zijn geweest. Al spoedig na voltooiing van de eerste stadswal werd er buiten de muur gebouwd. Het bebouwingproces werd voortgezet na gereedkomen van de tweede stadsmuur. De beide Korenstraatjes en de Karrenstraat vormden een verbinding tussen de Markt en de doorgang aan het eind van het Eerste Korenstraatje. Later vormde het Eerste Korenstraatje een schakel met de Korenbrugstraat waar op de nabij gelegen korenmarkt zich de korenhandel afspeelde.
Het nauwe Eerste Korenstraatje was even belangrijk als de veel bredere Karrenstraat hetgeen aan de percelering is af te leiden. In beide straten zijn oorspronkelijk brede kavels gevormd. Het hoekpand Eerste Korenstraatje 18 is een voorbeeld van huizen die tegen de eerste ommuring zijn aangebouwd. Dit van oorsprong 15e-eeuwse huis is tegen de buiten- of veldzijde van de stadsmuur aangebouwd. Bij archeologisch en bouwhistorisch onderzoek in 1996 bleek de linkerzijgevel op het tracé van de oudste stadswal te staan. Van de stadsmuur werden restanten aangetroffen zoals de vroeg 13e-eeuwse bouwvorm van kistwerk van tuf- en baksteen evenals poeren (pijlerfundering) funderingsbogen en kantelen met schietspleten.

Net als het Eerste Korenstraatje was het Tweede Korenstraatje vroeger veel belangrijker dan nu. Het was onderdeel van de verbinding tussen de Markt en de Sint-Janspoort aan de westkant van de stad. Het was de schakel tussen de Markt, de Oude Vismarkt en de Korenbrugstraat. Tot in de 18e eeuw bezaten de huizen aan het Tweede Korenstraatje namen die met de handel in koren te maken hadden. Het smalle straatje kende in het verleden verschillende namen. Het werd onder meer het Lange Korenstraatje genoemd. Oudere namen uit de 15e eeuw zijn Hooystraetken, Neysstraetken, Naystraetken, Batenborchstraetken en Klompenstraatje. In de volksmond wordt het ook wel Hemastraatje genoemd.
Het grote hoekpand Tweede Korenstraatje 18 heet De Put. De woning dankt haar naam aan een put die hier bij een van de toenmalige toegangspoorten van het ter plekke gevestigde Minderbroedersklooster reeds in 1386 wordt vermeld. Het pand is in 1671 bijna geheel verbouwd, er kwam een gevel van het type Vingboons. Deze bouwstijl wordt gekenmerkt door de vorm van de top: twee hoge trappen ofwel een rechte hals tussen gebeeldhouwde vleugelstukken, met een bekronend fronton en verder door -meestal over meer verdiepingen- doorgaande pilasters. De Put heeft vier Ionische pilasters met natuurstenen kapitelen, in het gebogen fronton staat het (bouw)jaar MDCLXXI (1671), onder het fronton zit een festoen (natuurstenen praaltros). In 1985 is het pand grondig gerestaureerd. Sinds 1927 in bezit van de landelijke vereniging Hendrik de Keyser, die zich inzet voor het behoud van architectonisch of historisch waardevolle huizen in Nederland.

                

Karrenstraat

  

De Karrenstraat was in eerste aanleg een secundaire of achterstraat ter ontsluiting van de achtererven van de grote percelen aan de Hooge Steenweg. Bouwhistorisch onderzoek van de hoekpanden aan de Visstraat wijst op een versmalling van de Karrenstraat. Deze versmalling moet al vóór de 16e eeuw hebben plaatsgevonden.

Het gedeelte vanaf de Visstraat tot het Loodgieterstraatje was oorspronkelijk even breed als de rest van de Karrenstraat. Voor een achterstraat was dit opvallend breed. Volgens bouwhistoricus Ad van Drunen kan de verklaring hiervoor gezocht worden in de handelsactiviteiten in en op de nabijgelegen Binnenhaven en Vismarkt. Handelskarren moesten door de straat getrokken en erop gestald kunnen worden. De Karrenstraat heeft er haar naam aan te danken. Oorspronkelijk had de straat geen roepnaam, zij werd omschreven als 'in vico tendente de pomerio fratrum minorum dicti loci de Buscho ducis versus forum Piscium' (de straat die loopt van de boomgaard van de minderbroeders gelegen in Den Bosch naar de Vismarkt). Pas later krijgt zij een naam, 'Schreynemakersstraet'. Daarna komt in 1289 in een archiefstuk de naam 'Kerstraet' voor. In 1442 blijkt ook het aangrenzende Tweede Korenstraatje als 'Kerstraet' te worden aangeduid. Er komen veel beroepen voor die op directe of indirecte wijze met handel, transport en kleine ambacht en nijverheid te maken hebben. In de Karrenstraat waren meerdere kleinere herbergen waarvan er één tevens een bierbrouwerij bezat. Aan het einde van de Karrenstraat bevond zich een toegangspoort naar het terrein van het daar sinds 1228 gevestigde klooster van de franciscaner minderbroeders.

     

  Straten en Stegen:EersteVorige2356VolgendeLaatste

Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl