|

|
|
De Straten en Stegen
Hooge Steenweg en Karrenstraat
|
Hooge Steenweg
Al in
haar prille begin kende
's-Hertogenbosch de drie
hoofdstraten die op de Markt
uitkwamen de Hinthamerstraat (wat
later aangelegd) de Vughterstraat
en de Hooge Steenweg. De laatste
droeg toen mét de Orthenstraat de
naam Orthensedijk. Hooge Steenweg
werd later de naam van het
straatgedeelte tussen de
Scheidingstraat (scheiding tussen
Markt en Hoge Steenweg) en de Ruijsche Poort. Dat deze straat hoog
lag bleek uit het feit dat de huizen
aan de rechterzijde vanaf de Markt
gerekend achter beduidend dieper
lagen dan aan de voorkant. Dat is
nog altijd zo wie van de Hooge
Steenweg de Scheidingstraat (die
vroeger naar een huis op de hoek
'Achter de Gapert' heette) ingaat
bemerkt duidelijk dat de straat
daalt. Hetzelfde geldt voor de
Ruijsche Poort.
|
|
De gerenoveerde huizen van de Firma
van Lanschot verfraaien de straat
aanmerkelijk. Voorheen was dit
bedrijf in 2 panden op de Markt
gevestigd nu is dat één huis no.
17. Die 2 oude huizen heetten
respectievelijk: 'In den Haen' en
'In de Vergulde Ketel'. De oude
gevelstenen van deze huizen
voorstellende een haan en een ketel
zijn nu ingemetseld op een
binnenplaatsje van de gebouwen op de
Hoge Steenweg. Zij zijn dus
gelukkig bewaard gebleven.
In deze straat heeft een man gewoond
die in 's-Hertogenbosch en ver daarbuiten
beroemd geworden is. Dat was Abraham
van Houwelingen meer bekend onder
zijn bijnaam Lekkerbeetjen. Tijdens
de 80-jarige oorlog was hij
ritmeester der kurassiers onder Van
Grobbendonck de bevelhebber der
stad. Door zijn moedig gedrag stond
hij hoog aangeschreven. Zijn
bekendheid is vooral ontstaan door
het ruitergevecht met in
Staatsdienst zijn de Franse
soldaten wier aanvoerder Bréauté de
strijd had uitgelokt. Op 5 februari
1600 's morgens om 11 uur had dit
befaamd geworden treffen plaats op
de Vughterheide van weerszijden
namen er 22 man aan deel. Het werd
gadegeslagen door een grote menigte
toeschouwers. Lekkerbeetjen
sneuvelde als eerste maar de
Bosschenaars wonnen de strijd. Het
is hier niet de plaats
|
om
alle bijzonderheden van dit gevecht
en zijn gevolgen te vermelden maar
het was toen wel een grote
gebeurtenis zó groot dat er talloze
afbeeldingen van gemaakt zijn
honderden schilderijen en
tekeningen. Ook werd zij afgebeeld
op voorwerpen zoals bekers,
snuifdozen en dergelijke. In een
huis aan de Brede Haven werd ook een
schoorsteenstuk in Delfstblauwe
tegels gevonden dat de strijd
voorstelt. Deze tegels werden in
1867 aan het Provinciaal Genootschap
geschonken en nu kan men het
gerestaureerde tableau nog altijd in
het Brabants Museum bewonderen. Dat
Vught een Lekkerbeetjeslaan en een
Bréautélaan heeft en
's-Hertogenbosch een Lekkerbeetjestraat zal gezien het
bovenstaande niemand verwonderen.
Eerste en Tweede Korenstraatje
's-Hertogenbosch kent enkele
Korenstraatjes waarvan de namen aangeven dat het beroep van korenkoopman er
in het verleden veelvuldig voorkwam. Bekend zijn de Korenbrugstraat en het
Eerste en Tweede Korenstraatje. Ze liggen aan de rand van het
oudste stadsgedeelte waar vroeger de eerste stadsmuur stond. In de late
middeleeuwen liep het Eerste Korenstraatje (ook Korte Korenstraatje genoemd)
aan de westzijde
|
dood op de muur.
Aan
het einde van de straat zal een
smalle doorgang in de stadsmuur zijn
geweest. Al spoedig na voltooiing
van de eerste stadswal werd er
buiten de muur gebouwd. Het
bebouwingproces werd voortgezet na
gereedkomen van de tweede stadsmuur.
De beide Korenstraatjes en de
Karrenstraat vormden een verbinding
tussen de Markt en de doorgang aan
het eind van het Eerste
Korenstraatje. Later vormde het
Eerste Korenstraatje een schakel met
de Korenbrugstraat waar op de nabij
gelegen korenmarkt zich de
korenhandel afspeelde.
Het nauwe Eerste Korenstraatje was
even belangrijk als de veel bredere
Karrenstraat hetgeen aan de
percelering is af te leiden. In
beide straten zijn oorspronkelijk
brede kavels gevormd. Het hoekpand
Eerste Korenstraatje 18 is een
voorbeeld van huizen die tegen de
eerste ommuring zijn aangebouwd. Dit
van oorsprong 15e-eeuwse huis is
tegen de buiten- of veldzijde van de
stadsmuur aangebouwd. Bij
archeologisch en bouwhistorisch
onderzoek in 1996 bleek de
linkerzijgevel op het tracé van de
oudste stadswal te staan. Van de
stadsmuur werden restanten
aangetroffen zoals de vroeg
13e-eeuwse bouwvorm van kistwerk van
tuf- en baksteen evenals poeren
(pijlerfundering) funderingsbogen en
kantelen met schietspleten. |
|
Net als het Eerste Korenstraatje was
het Tweede Korenstraatje vroeger veel belangrijker dan nu. Het was onderdeel
van de verbinding tussen de Markt en de Sint-Janspoort aan de westkant van
de stad. Het was de schakel tussen de Markt, de Oude Vismarkt en de
Korenbrugstraat. Tot in de 18e eeuw bezaten de huizen aan het Tweede
Korenstraatje namen die met de handel in koren te maken hadden. Het smalle
straatje kende in het verleden verschillende namen. Het werd onder meer het
Lange Korenstraatje genoemd. Oudere namen uit de 15e eeuw zijn Hooystraetken,
Neysstraetken, Naystraetken, Batenborchstraetken en Klompenstraatje. In de
volksmond wordt het ook wel Hemastraatje genoemd.
Het grote hoekpand Tweede Korenstraatje 18 heet De Put. De woning dankt haar
naam aan een put die hier bij een van de toenmalige toegangspoorten van het
ter plekke gevestigde Minderbroedersklooster reeds in 1386 wordt vermeld.
Het pand is in 1671 bijna geheel verbouwd, er kwam een gevel van het type
Vingboons. Deze bouwstijl wordt gekenmerkt door de vorm van de top: twee
hoge trappen ofwel een rechte hals tussen gebeeldhouwde vleugelstukken, met
een bekronend fronton en verder door -meestal over meer verdiepingen-
doorgaande pilasters. De Put heeft vier Ionische pilasters met natuurstenen
kapitelen, in het gebogen fronton staat het (bouw)jaar MDCLXXI (1671), onder
het fronton zit een festoen (natuurstenen praaltros). In 1985 is het pand
grondig gerestaureerd. Sinds 1927 in bezit van de landelijke vereniging
Hendrik de Keyser, die zich inzet voor het behoud van architectonisch of
historisch waardevolle huizen in Nederland.
Karrenstraat
De Karrenstraat was in eerste
aanleg een secundaire of achterstraat ter ontsluiting van de achtererven van
de grote percelen aan de Hooge Steenweg. Bouwhistorisch onderzoek van de
hoekpanden aan de Visstraat wijst op een versmalling van de Karrenstraat.
Deze versmalling moet al vóór de 16e eeuw hebben plaatsgevonden.
|
|
Het
gedeelte vanaf de Visstraat tot het
Loodgieterstraatje was
oorspronkelijk even breed als de
rest van de Karrenstraat. Voor een
achterstraat was dit opvallend
breed. Volgens bouwhistoricus Ad van
Drunen kan de verklaring hiervoor
gezocht worden in de
handelsactiviteiten in en op de
nabijgelegen Binnenhaven en
Vismarkt. Handelskarren moesten door
de straat getrokken en erop gestald
kunnen worden. De Karrenstraat heeft
er haar naam aan te danken.
Oorspronkelijk had de straat geen
roepnaam, zij werd omschreven als
'in vico tendente de pomerio fratrum
minorum dicti loci de Buscho ducis
versus forum Piscium' (de straat die
loopt van de boomgaard van de
minderbroeders gelegen in Den Bosch
naar de Vismarkt). Pas later krijgt
zij een naam, 'Schreynemakersstraet'.
Daarna komt in 1289 in een
archiefstuk de naam 'Kerstraet'
voor. In 1442 blijkt ook het
aangrenzende Tweede Korenstraatje
als 'Kerstraet' te worden aangeduid.
Er komen veel beroepen voor die op
directe of indirecte wijze met
handel, transport en kleine ambacht
en nijverheid te maken hebben. In de
Karrenstraat waren meerdere kleinere
herbergen waarvan er één tevens een
bierbrouwerij bezat. Aan het einde
van de Karrenstraat bevond zich een
toegangspoort naar het terrein van
het daar sinds 1228 gevestigde
klooster van de franciscaner
minderbroeders.
|
|
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch |
|
|
|
Foto's
copyright
©
bij groetenuitdenbosch.nl |
|
|