|

|
|
De Straten en Stegen
Fonteinstraat en Ridderstraat
|
Fonteinstraat
|
|
Vijf
straten komen in de Fonteinstraat
uit: Achter het Stadhuis, Kolperstraat, Krullartstraat`,
Ridderstraat en Verwersstraat.
Oorspronkelijk sprak men over de
Fonteinstraat als 'het staetken
waarmede men van de Korte naar de
Lange Kolfertstraat gaet'. De Korte
Kolfertstraat is nu de Kolperstraat
,de Lange Kolfertstraat heet
tegenwoordig Verwersstraat. De
Fonteinstraat kreeg haar naam
vanwege de uithangborden met een
fontein als huisnaam erop. Huisnamen
als In de drie Fonteinen, de Eene
Fontein, de Gulden Fontein, de
Kleine Fontein, de Groote Fontein.
De Groote Fontein en de Gulden
Fontijn zijn later onder één dak
gebracht. In de 17e eeuw was er een
katholieke schuilkerk in gevestigd
in 1655 meldde schout Martinus
Ackersdyk dat hij in dat geheime
bidhuis “Op den 29 Meert een
paepsche conventicule had gestoort”.
In het pand op de hoek met de
Kolperstraat woonde in 1756 een
zwaardveger dat was een wapensmid.
Het huis had de toepasselijke naam
De Scherpe Weerelt.
In het huis dat nu Fonteinstraat 2
als adres heeft, werd januari 1570
een bekende Bosschenaar geboren
bisschop Ophovius. Begin 1586 trad
hij in Antwerpen in bij het klooster
van de predikheren. In 1593 priester
gewijd werd hij in 1626 tot
bisschop van
's-Hertogenbosch benoemd en
verlatiniseerde hij zijn naam Van
Ophoven tot Ophovius. Tijdens het
beleg van zijn geboortestad
|
in 1629
ontpopte hij zich als diplomaat en wist hij te bereiken dat vrouwelijke
religieuzen mochten blijven alle mannelijke priesters en kloosterlingen
moesten de stad verlaten. Ze mochten echter al hun kerkschatten meenemen, op
voorspraak van bisschop Ophovius.
Krullartstraat
|
Dit smalle straatje tussen de
Kolperstraat en de Kerkstraat is
ontstaan na de ontmanteling van de
stadsmuur. Hierbij is aan de
buitenzijde van de muur een terrein
van circa 25 x 40 m aangelegd,
gedeeltelijk op de plaats van de
stadsgracht. Het terrein is in
enkele grote percelen verdeeld
waarbij langs het hoekperceel de
straat is aangelegd. Later wanneer
is niet geheel duidelijk is het
straatje ongeveer 60 cm versmald.
Oorspronkelijk heette de
Krullartstraat ook Kolperstraat in
verband met de nabij gelegen
bakkerij 'De Kolf' In de 15de eeuw
had het meerdere namen zoals 'Crullenstraetken',
'Crullaertstraetken',
Coetelbaertstraetken', maar ook
(Korte) Kolperstraat en straat van
de 'grumellatores' of de 'gramellatores'
(vlasbrakers). Over de oorsprong van
de naam heerst enige verwarring: in
de 14de eeuw woonde Johan Crullen op
de hoek van de Kerkstraat een eeuw
later verkeert er de familie Crullaert. Beiden komen in
aanmerking als naamgevers. Het is
ook mogelijk dat de naam een
verbastering is van 'grumellatores'.
Later ontstond de naam
Krullartstraat naar de 15de eeuwse
familie Crullaert. Het 'Krullestrutje'
zoals het meestal genoemd werd, had
een grote aantrekkingskracht op de
jeugd. Daar was het welhaast
beroemde snoepwinkeltje van de heer
v.d. Dungen waar je 'vur
'ne cent wé
kos kope'.
Het kapitaal
kon ook verkwist worden aan
het 'loterbord' voorzien van een
draaiende pijl. |
|
En dan stond op de hoek van de
Kerkstraat die grote
speelgoedwinkel. Daar zijn vooral
in de Sinterklaastijd wat neusjes
platgedrukt tegen de etalageruiten!
Dit huis droeg de naam 'Den Ossekop'
en de oude gevelsteen kunt u nog
altijd in het Brabants Museum
bewonderen. Maar eens droeg het huis
een andere naam. Vóór de komst van
de speelgoedwinkel was er een café
in het pand gevestigd. Het schijnt
dat de hygiëne en de service daar
geen grote hoogten bereikt hebben.
Bestelde men bij voorbeeld een kop
koffie dan wilde het nogal eens
gebeuren dat het lepeltje ontbrak.
Werd er om zo'n nuttig roerijzertje
gevraagd dan was het vaste antwoord:
'Ge ruurt mar met oewe vinger!' En
zo kwam het dat deze gastvrije
gelegenheid in 's-Hertogenbosch
nooit anders genoemd werd dan 'De
Vuile Vinger'.
Kolperstraat
|
|
De
Kolperstraat heeft in de loop der
tijden meerdere namen gehad. In 1450
heette zij 'Dat Cort Colfstraetken'
later Colverstraat en Colpertstraat.
Mosmans zegt dat de naam
voortgekomen is uit een perceel land
dat 'Colpel' heette maar beweerde
later mèt Van Sasse van Ysselt dat
de straatnaam ontstaan zou zijn
omdat er zoveel colporteurs woonden.
Deze verklaring lijkt nogal gezocht
en is o.i. ook onjuist. Volgens ons
is de oorsprong van de naam te
zoeken in het huis 'De Kolf' op de
hoek van de Fonteinstraat en de
Verwersstraat. Daar was een bakkerij
in gevestigd en het bovenlicht
vertoonde een gesneden houten
kolfje. Als die bakker nu 's morgens
zijn brood gebakken had blies hij
staande voor zijn deur op een hoorn
en op dat sein kwamen de huismoeders
uit de omliggende straten naar 'De
Kolf' om het dagelijks brood in te
slaan. En natuurlijk ook wel om het
laatste nieuws te bespreken.
Zodoende raakte de naam Kolf zeer
ingeburgerd dusdanig dat ook de
huidige Krullartstraat en de
Verwersstraat zij het dan met een
kleine variatie naar 'De Kolf'
genoemd werden. Later zijn de namen Colf en Colvert verdwenen het
Bossche dialect heeft er Kolper van
gemaakt.
Iets bijzonders in de Kolperstraat
is het lage bouwsel dat voor het
huis no. 2 staat. Het is het laatste
pothuis van Den Bosch. Zo'n pothuis
was, schrik niet, een woning waarin
dan ook nog dikwijls
een ambacht werd uitgeoefend. |
Ridderstraat
|
Dit smalle oorspronkelijk
doodlopende straatje was niet
openbaar. Het gaf toegang tot
meerdere particuliere erven zou haar
naam ontleend hebben aan het huis
nummer 13/15 'Inden Ridder (Sint
Joris)'. Een meer voor de hand
liggende verklaring voor de
naamgeving is de aanwezigheid van
het erfgoed van ridder Arnold Rover.
Hij bezat in de 14de eeuw een groot
perceel dat tot de stadsmuur
doorliep en waarop een stenen huis
stond. In die tijd had het smalle
straatje nog geen naam. Het werd
omschreven als 'een straat die loopt
van de Markt tot aan een straatje
dat loopt van de Colperstraat tot de
Amfortsbrugge'. Pas in het cijnsboek
van 1520 wordt de naam Ridderstraat
gebezigd. Het straatje loopt van de
Markt tot de eerste stadsmuur over
privé grondgebied. Na het buiten
gebruik raken van de
verdedigingsmuur in het midden van
de 14de eeuw is het straatje
doorgetrokken tot Achter het
Stadhuis waardoor het een openbare
straat werd waaraan huizen gebouwd
werden. Door de beperkte breedte
zullen de huizen niet groot geweest
zijn. Op het schilderij van het
Schermersoproer staan lage panden
evenwijdig aan de straat aangegeven.
Waarschijnlijk waren het kameren.
Ook het grote hoekpand 'De
Groenenborch' met zijn achtervleugel
aan de Ridderstraat zal toen gebouwd
zijn. In de 17de eeuw is het
gedeelte van de Ridderstraat bij de
Markt verbreed. |
|
Op de aangrenzende percelen
wordt geen hertogcijns geheven. Ook zijn er geen zettingen uit het begin van
de 16de eeuw bekend.
|
.JPG) |
De zettingen uit het midden van de eeuw
zijn niet met zekerheid te lokaliseren. Ze worden in de hierna volgende
beschrijvingen op volgorde van notatie bij de bijbehorende panden ingedeeld.
Het gedeelte aan de buitenzijde van de stadsmuur is in de 14de eeuw al
breder aangelegd. Hiervoor is de stadsgracht ter plekke gedempt. Er is
volgens de cijnsboeken een groot perceel van 55 voet (= 15,82 m) breedte
aangelegd. Deze maat is echter minder dan de afstand van de stadsmuur tot
aan de hoek van Achter het Stadhuis. Mogelijk werd een strook grond aan de
voet van de stadsmuur,ter breedte van circa 3 m, oorspronkelijk niet aan
particulieren overgedragen. Het perceel lag 'tegen die Diese' waarmee het nu nog aanwezige gedeelte ter
plaatse van het terrein van het stadhuis bedoeld zal zijn. Op dit 55 voet
brede perceel waarvoor de particulieren Peter Pels en na hem Aart de zoon
van Jan Claess de hertogcijns moeten betalen zijn de volgende drie huizen
gebouwd ‘Den Ancker’ ’De Graaf van Altona’ ’De Witte Leers’.
Het poortje uit de Ridderstraat, zoals het nu in de Bethaniëstraat
bij het Oude Sint Jacobskerk
Reeds in 1540 vindt men 'Dat Ridderstraetken' vermeld. Wij mogen
aannemen dat het zijn naam dankte aan het huis dat nu no. 15 draagt
en al in 1564 'De Ridder Sint Joris' heette. Dit was ook te zien aan
het uithangbord dat het huis ooit gesierd heeft en dat de ridder
toonde. Het mooie poortje dat nu bij het Noord-Brabants Museum aan
de Bethaniëstraat tegen de muur gemetseld is hoort eigenlijk in de
Ridderstraat thuis. Daar komt het namelijk vandaan. Eens was het in
laatstgenoemde straat de fraaie achteruitgang van het pand no. 5 aan
de Markt 'Het Vosken' genaamd zie de gevelsteen. |
|
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch |
|
|
|
Foto's
copyright
©
bij groetenuitdenbosch.nl |
|
|