Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

  De Markt

  Pensmarkt

  Schapenmarkt

  Hooge Steenweg en Karrenstraat

  Fonteinstraat en Ridderstraat

  Lombardje

  Verwersstraat

  Prins Bernhardstraat en Keizerstraat

  Beurdsestraat en Weversplaats

  Korte – Lange Putstraat

  Kerkstraat en Gasselstraat

  Parade en Peperstraat

  Papenhulst en Nachtegaalslaantje

  Clarastraat en Choorstraat

  Bethaniëstraat en Sint Jacobshof

  Baselaarsstraat en Hekellaan

  Gasthuisstraat en Rozemarijnstraat

  Hinthamerstraat

  Sint Josephstraat en Nieuwstraat

  Schilderstraat en Louwse Poort

  Hinthamereinde en Zuid-Willemsvaart

  Tolburgwijk en GZG terrein

  Orthenstraat en Jan Heinsstraat

  Barbaraplaats en Sint Geertruikerkhof

  Visstraat en Binnenhaven

  Lepelstraat en Sint Jansstraat

  Molenstraat en Omgeving

  De Uilenburg

  Postelstraat en Kruisstraat

  Snellestraat en Minderbroedersstraat

  Vughterstraat

  Berewoutstraat en Westwal

  Kruisbroedershof en omgeving

  Tilmanshof en Kuipertjeswal

  Sint Jorisstraat en Spinhuiswal

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen


 

       

De Straten en Stegen

Fonteinstraat en Ridderstraat

           

Fonteinstraat

  

 

Vijf straten komen in de Fonteinstraat uit: Achter het Stadhuis, Kolperstraat, Krullartstraat`, Ridderstraat en Verwersstraat. Oorspronkelijk sprak men over de Fonteinstraat als 'het staetken waarmede men van de Korte naar de Lange Kolfertstraat gaet'. De Korte Kolfertstraat is nu de Kolperstraat ,de Lange Kolfertstraat heet tegenwoordig Verwersstraat. De Fonteinstraat kreeg haar naam vanwege de uithangborden met een fontein als huisnaam erop. Huisnamen als In de drie Fonteinen, de Eene Fontein, de Gulden Fontein, de Kleine Fontein, de Groote Fontein. De Groote Fontein en de Gulden Fontijn zijn later onder één dak gebracht. In de 17e eeuw was er een katholieke schuilkerk in gevestigd in 1655 meldde schout Martinus Ackersdyk dat hij in dat geheime bidhuis “Op den 29 Meert een paepsche conventicule had gestoort”. In het pand op de hoek met de Kolperstraat woonde in 1756 een zwaardveger dat was een wapensmid. Het huis had de toepasselijke naam De Scherpe Weerelt.
In het huis dat nu Fonteinstraat 2 als adres heeft, werd januari 1570 een bekende Bosschenaar geboren bisschop Ophovius. Begin 1586 trad hij in Antwerpen in bij het klooster van de predikheren. In 1593 priester gewijd werd hij in 1626 tot bisschop van

's-Hertogenbosch benoemd en verlatiniseerde hij zijn naam Van Ophoven tot Ophovius. Tijdens het beleg van zijn geboortestad

in 1629 ontpopte hij zich als diplomaat en wist hij te bereiken dat vrouwelijke religieuzen mochten blijven alle mannelijke priesters en kloosterlingen moesten de stad verlaten. Ze mochten echter al hun kerkschatten meenemen, op voorspraak van bisschop Ophovius.

    

Krullartstraat

  

Dit smalle straatje tussen de Kolperstraat en de Kerkstraat is ontstaan na de ontmanteling van de stadsmuur. Hierbij is aan de buitenzijde van de muur een terrein van circa 25 x 40 m aangelegd, gedeeltelijk op de plaats van de stadsgracht. Het terrein is in enkele grote percelen verdeeld waarbij langs het hoekperceel de straat is aangelegd. Later wanneer is niet geheel duidelijk is het straatje ongeveer 60 cm versmald.
Oorspronkelijk heette de Krullartstraat ook Kolperstraat in verband met de nabij gelegen bakkerij 'De Kolf' In de 15de eeuw had het meerdere namen zoals 'Crullenstraetken', 'Crullaertstraetken', Coetelbaertstraetken', maar ook (Korte) Kolperstraat en straat van de 'grumellatores' of de 'gramellatores' (vlasbrakers). Over de oorsprong van de naam heerst enige verwarring: in de 14de eeuw woonde Johan Crullen op de hoek van de Kerkstraat een eeuw later verkeert er de familie Crullaert. Beiden komen in aanmerking als naamgevers. Het is ook mogelijk dat de naam een verbastering is van 'grumellatores'. Later ontstond de naam Krullartstraat naar de 15de eeuwse familie Crullaert. Het 'Krullestrutje' zoals het meestal genoemd werd, had een grote aantrekkingskracht op de jeugd. Daar was het welhaast beroemde snoepwinkeltje van de heer v.d. Dungen waar je 'vur 'ne cent wé kos kope'. Het kapitaal kon ook verkwist worden aan
het 'loterbord' voorzien van een draaiende pijl.

           

En dan stond op de hoek van de Kerkstraat die grote speelgoedwinkel. Daar zijn vooral in de Sinterklaastijd wat neusjes platgedrukt tegen de etalageruiten! Dit huis droeg de naam 'Den Ossekop' en de oude gevelsteen kunt u nog altijd in het Brabants Museum bewonderen. Maar eens droeg het huis een andere naam. Vóór de komst van de speelgoedwinkel was er een café in het pand gevestigd. Het schijnt dat de hygiëne en de service daar geen grote hoogten bereikt hebben. Bestelde men bij voorbeeld een kop koffie dan wilde het nogal eens gebeuren dat het lepeltje ontbrak. Werd er om zo'n nuttig roerijzertje gevraagd dan was het vaste antwoord: 'Ge ruurt mar met oewe vinger!' En zo kwam het dat deze gastvrije gelegenheid in 's-Hertogenbosch nooit anders genoemd werd dan 'De Vuile Vinger'.

    

Kolperstraat

  

De Kolperstraat heeft in de loop der tijden meerdere namen gehad. In 1450 heette zij 'Dat Cort Colfstraetken' later Colverstraat en Colpertstraat. Mosmans zegt dat de naam voortgekomen is uit een perceel land dat 'Colpel' heette maar beweerde later mèt Van Sasse van Ysselt dat de straatnaam ontstaan zou zijn omdat er zoveel colporteurs woonden. Deze verklaring lijkt nogal gezocht en is o.i. ook onjuist. Volgens ons is de oorsprong van de naam te zoeken in het huis 'De Kolf' op de hoek van de Fonteinstraat en de Verwersstraat. Daar was een bakkerij in gevestigd en het bovenlicht vertoonde een gesneden houten kolfje. Als die bakker nu 's morgens zijn brood gebakken had blies hij staande voor zijn deur op een hoorn en op dat sein kwamen de huismoeders uit de omliggende straten naar 'De Kolf' om het dagelijks brood in te slaan. En natuurlijk ook wel om het laatste nieuws te bespreken. Zodoende raakte de naam Kolf zeer ingeburgerd dusdanig dat ook de huidige Krullartstraat en de Verwersstraat zij het dan met een kleine variatie naar 'De Kolf' genoemd werden. Later zijn de namen Colf en Colvert verdwenen het Bossche dialect heeft er Kolper van gemaakt.
Iets bijzonders in de Kolperstraat is het lage bouwsel dat voor het huis no. 2 staat. Het is het laatste pothuis van Den Bosch. Zo'n pothuis was, schrik niet, een woning waarin dan ook nog dikwijls
een ambacht werd uitgeoefend.

    

Ridderstraat

  

Dit smalle oorspronkelijk doodlopende straatje was niet openbaar. Het gaf toegang tot meerdere particuliere erven zou haar naam ontleend hebben aan het huis nummer 13/15 'Inden Ridder (Sint Joris)'. Een meer voor de hand liggende verklaring voor de naamgeving is de aanwezigheid van het erfgoed van ridder Arnold Rover. Hij bezat in de 14de eeuw een groot perceel dat tot de stadsmuur doorliep en waarop een stenen huis stond. In die tijd had het smalle straatje nog geen naam. Het werd omschreven als 'een straat die loopt van de Markt tot aan een straatje dat loopt van de Colperstraat tot de Amfortsbrugge'. Pas in het cijnsboek van 1520 wordt de naam Ridderstraat gebezigd. Het straatje loopt van de Markt tot de eerste stadsmuur over privé grondgebied. Na het buiten gebruik raken van de verdedigingsmuur in het midden van de 14de eeuw is het straatje doorgetrokken tot Achter het Stadhuis waardoor het een openbare straat werd waaraan huizen gebouwd werden. Door de beperkte breedte zullen de huizen niet groot geweest zijn. Op het schilderij van het Schermersoproer staan lage panden evenwijdig aan de straat aangegeven. Waarschijnlijk waren het kameren. Ook het grote hoekpand 'De Groenenborch' met zijn achtervleugel aan de Ridderstraat zal toen gebouwd zijn. In de 17de eeuw is het gedeelte van de Ridderstraat bij de Markt verbreed.

      

Op de aangrenzende percelen wordt geen hertogcijns geheven. Ook zijn er geen zettingen uit het begin van de 16de eeuw bekend.

De zettingen uit het midden van de eeuw zijn niet met zekerheid te lokaliseren. Ze worden in de hierna volgende beschrijvingen op volgorde van notatie bij de bijbehorende panden ingedeeld. Het gedeelte aan de buitenzijde van de stadsmuur is in de 14de eeuw al breder aangelegd. Hiervoor is de stadsgracht ter plekke gedempt. Er is volgens de cijnsboeken een groot perceel van 55 voet (= 15,82 m) breedte aangelegd. Deze maat is echter minder dan de afstand van de stadsmuur tot aan de hoek van Achter het Stadhuis. Mogelijk werd een strook grond aan de voet van de stadsmuur,ter breedte van circa 3 m, oorspronkelijk niet aan particulieren overgedragen. Het perceel lag 'tegen die Diese' waarmee het nu nog aanwezige gedeelte ter plaatse van het terrein van het stadhuis bedoeld zal zijn. Op dit 55 voet brede perceel waarvoor de particulieren Peter Pels en na hem Aart de zoon van Jan Claess de hertogcijns moeten betalen zijn de volgende drie huizen gebouwd ‘Den Ancker’ ’De Graaf van Altona’ ’De Witte Leers’.

       

Het poortje uit de Ridderstraat, zoals het nu in de Bethaniëstraat bij het Oude Sint Jacobskerk

              

Reeds in 1540 vindt men 'Dat Ridderstraetken' vermeld. Wij mogen aannemen dat het zijn naam dankte aan het huis dat nu no. 15 draagt en al in 1564 'De Ridder Sint Joris' heette. Dit was ook te zien aan het uithangbord dat het huis ooit gesierd heeft en dat de ridder toonde. Het mooie poortje dat nu bij het Noord-Brabants Museum aan de Bethaniëstraat tegen de muur gemetseld is hoort eigenlijk in de Ridderstraat thuis. Daar komt het namelijk vandaan. Eens was het in laatstgenoemde straat de fraaie achteruitgang van het pand no. 5 aan de Markt 'Het Vosken' genaamd zie de gevelsteen.

       

  Straten en Stegen:EersteVorige3467VolgendeLaatste

Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl