Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

  De Markt

  Pensmarkt

  Schapenmarkt

  Hooge Steenweg en Karrenstraat

  Fonteinstraat en Ridderstraat

  Lombardje

  Verwersstraat

  Prins Bernhardstraat en Keizerstraat

  Beurdsestraat en Weversplaats

  Korte – Lange Putstraat

  Kerkstraat en Gasselstraat

  Parade en Peperstraat

  Papenhulst en Nachtegaalslaantje

  Clarastraat en Choorstraat

  Bethaniëstraat en Sint Jacobshof

  Baselaarsstraat en Hekellaan

  Gasthuisstraat en Rozemarijnstraat

  Hinthamerstraat

  Sint Josephstraat en Nieuwstraat

  Schilderstraat en Louwse Poort

  Hinthamereinde en Zuid-Willemsvaart

  Tolburgwijk en GZG terrein

  Orthenstraat en Jan Heinsstraat

  Barbaraplaats en Sint Geertruikerkhof

  Visstraat en Binnenhaven

  Lepelstraat en Sint Jansstraat

  Molenstraat en Omgeving

  De Uilenburg

  Postelstraat en Kruisstraat

  Snellestraat en Minderbroedersstraat

  Vughterstraat

  Berewoutstraat en Westwal

  Kruisbroedershof en omgeving

  Tilmanshof en Kuipertjeswal

  Sint Jorisstraat en Spinhuiswal

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen


 

       

De Straten en Stegen

Lombardje

           

Lombardje en Kleine Lombardje

  

De Lombarden waren geldschieters afkomstig uit Lombardije in Italië. Zij hebben in deze buurt hun bedrijf uitgeoefend. In oude tijden lang voor hun vestiging in het Oud Keizershof in de Keizerstraat leenden zij al geld uit onder meer aan de gemeente 's-Hertogenbosch. Na 1600 zijn ze van hier vertrokken en dat was geen verlies de Lombarden durfden tot 50% rente te berekenen. De stad heeft daarna maar met heel andere bedoelingen een lombard opgericht in het Lombardje en nog een in het Klein Lombardje. Het waren instellingen zoals wij er later een in de

Schilderstraat gekend hebben, de Bank van Lening 'de Lommerd' noemde men die. Men kon er goederen belenen als men krap in zijn geld zat. Deze instelling had dus een meer sociaal doel.
In het Klein Lombardje heeft ook een gasthuisje gestaan dat was het Hamers gasthuis voor 8 arme vrouwen. U zou het nu bij het nog bestaande Batenpoortje moeten zoeken dat een verbinding is tussen de beide Lombardjes. Er stond nog een ander bouwsel in het Lombardje een aantal gezamenlijke w.c.'s.

     

Als wij in onze jeugd, samen en in vereniging met schoolkameraden boze dingen hadden uitgehaald en door een politieagent werden achterna gezeten waren we gered als we het Lommerdje konden bereiken. Dan gingen we bij dat huisjesblokje staan en als Hermandad het straatje binnenkwam lieten we ons om dat blokje heen achterna zitten. En telkens als de agent bezig gehouden door de jongen die het hardst kon lopen voldoende en op de juiste plaats door de huisjes was afgedekt bliezen een of twee jongens een 30 snelle aftocht hetzij door het Lommerdje danwel door het Klein Lommerdje zo het uitkwam. En de hardloper vertrok het laatst. Niemand kon hem inhalen. Zo hebben wij in het Lommerdje de eerste beginselen geleerd van strategie en teamwork.

    

Achter het Stadhuis

  

De oudst bekende naam van deze straat is 'Achter het Oud-Raadhuis' 'De straet daer men gaet naer den ouden Raethuyse'. Het oude raadhuis stond op het achter terrein van het huidige stadhuis aan de buitenzijde van de eerste stadsmuur. Nadat het raadhuis in 1366 naar de Markt was verplaatst ontstond de noodzaak tot de toevoeging 'oud' voor het gebouw op het achtererf. De straatnaam moet na de verhuizing van het raadhuis zijn ontstaan.

           
Over de Binnendieze werden na de ontmanteling van de stadsmuur in het midden van de 14de eeuw meerdere bruggen aangelegd. De bebouwing aan en over het water is hier in het begin van de 16de eeuw ontstaan op de achtererven van de Markt en Schapenmarkt. De zetting van 1552/'53 vermeldt 9 personen die echter niet nader gelokaliseerd kunnen worden. Via poorten die van de 'Gouden Leeuw' en de 'Peymanspoort' of 'Kathovenschepoort' konden de panden aan de Markt en de Schapenmarkt aan de achterzijde ontsloten worden. Op de achter terreinen zijn daarna bedrijfsgebouwen en woonhuizen gebouwd. Door nieuwbouw in de 20ste eeuw is het grootste deel van de oude bebouwing verdwenen. Slechts één pand nummer 11 gelegen op het achtererf van Schapenmarkt 12 dateert nog uit de 17de eeuw. De reconstructies zijn vooral gebaseerd op tekeningen uit de bouwdossiers en de kadastrale minuut.

          

Op het terrein achter het oude raadhuis wordt in de 16de en 17de eeuw nieuwe huisvesting voor het stadsbestuur gerealiseerd. Aansluitend aan de grote verbouwing van het gedeelte aan de Markt van 1529-1533 wordt op het achtererf achter het oude raadhuis een nieuwe kamer en een verbindingsgalerij tussen beide panden gebouwd. Deze bouwwerken zullen bescheiden van afmetingen zijn geweest. Omvangrijker en rijker is het nieuwe griffiegebouw dat op het achtererf ter plaatse van de oude griffie gebouwd wordt in de jaren 1562/'63. Het ontwerp is van de Bossche bouwmeester Marcus Aelbertss. Bij de bouw is de bekende Amsterdamse steenhouwer Joost Bilhamer betrokken geweest. Het gebouw met zijn unieke natuurstenen kruisvensters is nog grotendeels in zijn originele staat aanwezig. In de loop van de 16de eeuw worden tal van reparaties en aanpassingen aan het gebouw gedaan die hier niet afzonderlijk besproken worden.  In de 16de eeuw heette het daar 'Het Hof' in de 17de 'Jericho' en ook wel Portugezenstraat er woonden toen veel joden. De straat is in verband met de aanwezigheid van de Diest die daar nog altijd onderdoor stroomt ook ooit 'Zijle' genoemd een woord dat verband hield met de waterhuishouding.

             
Het straatje tussen de huizen genummerd 4 en 6 was voorheen een sluipgang van of naar de schuilkerk die achter het huis 'De Wildeman' in de Verwersstraat gestaan heeft. Op deze plaats kwam ook een vluchtgang vanuit het stadhuis bij de Diest uit. Daar konden de vroede vaderen dan in tijd van nood gebruik van maken.

    

Achter het Vergulde Harnas

  

De korte straat ontleent haar naam aan het huis Het Verguld Harnas dat voorheen op de hoek met de Schapenmarkt stond vlakbij de eerste Vughterpoort. Die poort maakte deel uit van de eerste stadsmuur en werd Antwerpense Poort of ook wel O.L. Vrouwepoort of Jodenpoort genoemd. In de huidige bestrating zijn in de zwarte beklinkering de twee oude torenvormen van de poort nog te zien. De poort is vermoedelijk aan het eind van de 15e of begin 16e eeuw afgebroken. De straat lag oorspronkelijk buiten de stadsmuur. Al snel na de aanleg rond 1220 werd er

buiten de muur gebouwd. De Binnendieze (huidige Verwersstroom) stroomde langs het huis Het Verguld Harnas en werd als vestinggracht gebruikt. Oorspronkelijk stond die in verbinding met een andere Diezetak de Vughterstroom.

De straat heeft ooit 'Zijle' geheten. Een zijl is een afloop van water of ook wel een uitwateringssluis. Mogelijk hield de naam verband met een in de 13e eeuw gedempte waterloop. Ook de Wolvenhoek, Achter het Wild Varken en Achter het Stadhuis hebben ooit Zijle geheten. Na de afbouw van de tweede stadsmuur (rond 1365) werd de eerste stadswal gesloopt. De stadsgracht bleef behouden en werd op verscheidene plaatsen overbrugd en later bebouwd. Pas in de 19de eeuw is het laatste niet overkluisde deel van de Binnendieze op de hoek met Achter het Stadhuis bebouwd. Daar stroomt de Binnendieze nog altijd onder de huizen door. Het huis dat de naam 'Het Verguld Harnas' droeg bestaat niet meer. In het begin van onze eeuw was op deze plaats de deftige taartjeswinkel van Goulmy gevestigd. Daar kon men dames met de toen in de mode zijnde grote hoeden op voor het raam gezeten gebakjes zien nuttigen. Maar ook dit huis werd gesloopt om er een nieuw de hoek afrondend gebouw neer te zetten waar het fotobureau 'Het Zuiden' was gevestigd.

    

Achter het Wild Varken

  

Ook de straat Achter het Wild Varken is naar een huis genoemd en de tegenwoordige eigenaar heeft de naam 'Het Wild Varken' aangehouden. Tegenover dit pand stond in oude tijden het Posthuis op Maastricht. De postwagen die naar de Limburgse hoofdstad reed vertrok vandaar en keerde er ook weer terug. In 1689 liet het stadsbestuur tegenover het Posthuis een pomp plaatsen. Die is in de loop der tijden weer verdwenen.

Het Posthuis zelf werd in de vorige eeuw afgebroken in 1867 kwam op deze plaats een gebouw tot stand waarin de sociëteit De Katholieke Kring een nieuw tehuis kreeg. Die was eerst gevestigd geweest in het café Plaats Royaal Achter het Stadhuis. In die tijd waren velen in 's-Hertogenbosch wellicht tengevolge van ingeslopen misbruik en sterk tegen het Carnaval gekeerd. Maar de sociëteit Casino waar de chique zoals men toen zei en de officieren van het garnizoen thuis waren bevorderde het Carnaval. Daarom werd als tegenhanger van het Casino door oud-minister Van Son de Katholieke Kring opgericht als sociëteit voor Jonge Heren. Later konden ook andere Katholieken lid worden en dat gebeurde meestal met de hele familie tegelijk. Ook dit gebouw waar een tuin aan verbonden was verdween.
      

Deze korte verbindingsstraat ontleent haar naam aan het pand op de hoek Achter het Wild Varken en Achter het Stadhuis, genaamd Het Wilt Vercken. Naar verluidt lag hier rond 1428 al een stadsherberg met de naam 'huyze int Wilt Vercke'. Die deed tevens dienst als hospitium, een plaats waar reizigers tot rust konden komen en zo nodig verzorgd werden. Begin 16e eeuw was het een café, vermoedelijk een van de oudste van de stad. In 1894 kreeg het de naam Maastrichts Bierhuis, begin 20ste eeuw werd het omgedoopt tot Café Billiard Limburgia, deze naam heeft tientallen jaren bestaan.

In 2001 kreeg het de naam Stadscafé Konincks. De huidige café-uitbaters hebben het in 2005 weer Int wilt vercken genoemd. Op Achter het Wild Varken 1-3 was het Posthuis op Maastricht gevestigd. Op 4 april 1679 verkreeg Johan van de Graaf het recht om een geregelde postwagendienst op Maastricht vice versa te houden, een concessie van 36 jaar. Hij mocht uitsluitend personen transporteren; in 1701 werd hem ook vergunning verleend om brieven te vervoeren. Op 28 februari 1763 verkochten zijn erven het 'recht van octroy op de wagenposterye' aan derden. In 1867 kwam het grote pand in bezit van de 'Sociëteit der Katholieke Kring', die in datzelfde jaar door oud-minister Van Son was opgericht. Die liet het oude posthuis afbreken en er een nieuw sociëteitsgebouw voor in de plaats bouwen; in 1938 werd het gesloopt.

    

Wolvenhoek

  

De Wolven hoek heeft vroeger anders geheten met Achter het Wild Varken, Achter het Verguld Harnas en Achter het Stadhuis was de naam Zijle

die iets met waterlozing te maken heeft Dat kan want de Diest liep hier zowat overal. De naam van de straat was vroeger ook 'Schapenmerckt'.

Het zijn intussen geen gevaarlijke wolven geweest die de Wolven hoek hun naam gegeven hebben. Wolven is een middeleeuws woord voor welven. Nu is de in deze buurt veelvuldig stromende Diest bijna overal overwelfd. Zo kan dit woord wolven aanleiding gegeven hebben tot het ontstaan van de straatnaam. Maar een andere verklaring is ook mogelijk. In het huis 'Het Zwijnshoofd' woonde eens een zekere Van Wolfsbergen. Nu noemde men vroeger een straat nog wel eens naar een in die straat woonachtige meestal min of meer voorname familie. Dat is in Den Bosch met meerdere straten het geval geweest Het wil ons het meest waarschijnlijk voorkomen dat de verklaring van de naam Wolvenhoek ook hier van een familienaam afkomstig is.
Waar later het belastingkantoor zou komen huisde vroeger de Marechaussee. Ook de Weense zusters die wij de eerste wijkverpleegsters van 's-Hertogenbosch zouden willen noemen woonden in de Wolven hoek. En dan stond onder no. 12 dat fraaie herenhuis van de familie Rouppe van der Voort Dit prachtige, paleisachtige huis met het stijlvolle interieur moest in 1961 sneuvelen ten behoeve van een hier nooit gebouwd Provinciehuis.

    

  Straten en Stegen:EersteVorige4578VolgendeLaatste

Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl