|

|
|
De Straten en Stegen
Lombardje
|
Lombardje en Kleine Lombardje
De
Lombarden waren geldschieters
afkomstig uit Lombardije in Italië.
Zij hebben in deze buurt hun bedrijf
uitgeoefend. In oude tijden lang
voor hun vestiging in het Oud Keizershof in de Keizerstraat
leenden zij al geld uit onder meer
aan de gemeente 's-Hertogenbosch. Na
1600 zijn ze van hier vertrokken en
dat was geen verlies de Lombarden
durfden tot 50% rente te berekenen.
De stad heeft daarna maar met heel
andere bedoelingen een lombard
opgericht in het Lombardje en nog
een in het Klein Lombardje. Het
waren instellingen zoals wij er
later een in de
|
|
Schilderstraat gekend hebben, de
Bank van Lening 'de Lommerd' noemde
men die. Men kon er goederen belenen
als men krap in zijn geld zat. Deze
instelling had dus een meer sociaal
doel.
In het Klein Lombardje heeft ook een
gasthuisje gestaan dat was het
Hamers gasthuis voor 8 arme vrouwen.
U zou het nu bij het nog bestaande
Batenpoortje moeten zoeken dat een
verbinding is tussen de beide Lombardjes. Er stond nog een ander
bouwsel in het Lombardje een aantal
gezamenlijke w.c.'s.
Als wij in onze jeugd, samen en in
vereniging met schoolkameraden boze
dingen hadden uitgehaald en door een
politieagent werden achterna
gezeten waren we gered als we het Lommerdje konden bereiken. Dan
gingen we bij dat huisjesblokje
staan en als Hermandad het straatje
binnenkwam lieten we ons om dat
blokje heen achterna zitten. En
telkens als de agent bezig gehouden
door de jongen die het hardst kon
lopen voldoende en op de juiste
plaats door de huisjes was afgedekt
bliezen een of twee jongens een 30
snelle aftocht hetzij door het Lommerdje danwel door
het Klein Lommerdje zo het uitkwam.
En de hardloper vertrok het laatst.
Niemand kon hem inhalen. Zo hebben
wij in het Lommerdje de eerste
beginselen geleerd van strategie en
teamwork.
|
Achter het Stadhuis
|
De
oudst bekende naam van deze straat
is 'Achter het Oud-Raadhuis' 'De
straet daer men gaet naer den ouden
Raethuyse'. Het oude raadhuis stond
op het achter terrein van het
huidige stadhuis aan de buitenzijde
van de eerste stadsmuur. Nadat het
raadhuis in 1366 naar de Markt was
verplaatst ontstond de noodzaak tot
de toevoeging 'oud' voor het gebouw
op het achtererf. De straatnaam moet
na de verhuizing van het raadhuis
zijn ontstaan.
Over
de Binnendieze werden na de
ontmanteling van de stadsmuur in het
midden van de 14de eeuw meerdere
bruggen aangelegd. De bebouwing aan
en over het water is hier in het
begin van de 16de eeuw ontstaan op
de achtererven van de Markt en
Schapenmarkt. De zetting van
1552/'53 vermeldt 9 personen die
echter niet nader gelokaliseerd
kunnen worden. Via poorten die van
de 'Gouden Leeuw' en de 'Peymanspoort'
of 'Kathovenschepoort' konden de
panden aan de Markt en de
Schapenmarkt aan de achterzijde
ontsloten worden. Op de achter
terreinen zijn daarna
bedrijfsgebouwen en woonhuizen
gebouwd. Door nieuwbouw in de 20ste
eeuw is het grootste deel van de
oude bebouwing verdwenen. Slechts
één pand nummer 11 gelegen op het
achtererf van Schapenmarkt 12
dateert nog uit de 17de
eeuw. De reconstructies zijn vooral
gebaseerd op tekeningen uit de
bouwdossiers en de kadastrale
minuut. |
|
Op het
terrein achter het oude raadhuis
wordt in de 16de en 17de eeuw nieuwe
huisvesting voor het stadsbestuur
gerealiseerd. Aansluitend aan de
grote verbouwing van het gedeelte
aan de Markt van 1529-1533 wordt op
het achtererf achter het oude
raadhuis een nieuwe kamer en een
verbindingsgalerij tussen beide
panden gebouwd. Deze bouwwerken
zullen bescheiden van afmetingen
zijn geweest. Omvangrijker en rijker
is het nieuwe griffiegebouw dat op
het achtererf ter plaatse van de
oude griffie gebouwd wordt in de
jaren 1562/'63. Het ontwerp is van
de Bossche bouwmeester Marcus
Aelbertss. Bij de bouw is de bekende
Amsterdamse steenhouwer Joost
Bilhamer betrokken geweest. Het
gebouw met zijn unieke natuurstenen
kruisvensters is nog grotendeels in
zijn originele staat aanwezig. In de
loop van de 16de eeuw worden tal van
reparaties en aanpassingen aan het
gebouw gedaan die hier niet
afzonderlijk besproken worden.
In de 16de eeuw heette het daar 'Het
Hof' in de 17de 'Jericho' en ook wel
Portugezenstraat er woonden toen
veel joden. De straat is in verband
met de aanwezigheid van de Diest die
daar nog altijd onderdoor stroomt
ook ooit 'Zijle' genoemd een woord
dat verband hield met de
waterhuishouding.
Het
straatje tussen de huizen genummerd
4 en 6 was voorheen een sluipgang
van of naar de schuilkerk die achter
het huis 'De Wildeman' in de
Verwersstraat gestaan heeft. Op deze
plaats kwam ook een vluchtgang
vanuit het stadhuis bij de Diest
uit. Daar konden de vroede vaderen
dan in tijd van nood gebruik van
maken.
Achter het Vergulde Harnas
De
korte straat ontleent haar naam aan
het huis Het Verguld Harnas dat
voorheen op de hoek met de
Schapenmarkt stond vlakbij de
eerste Vughterpoort. Die poort
maakte deel uit van de eerste
stadsmuur en werd Antwerpense Poort
of ook wel O.L. Vrouwepoort of
Jodenpoort genoemd. In de huidige
bestrating zijn in de zwarte
beklinkering de twee oude
torenvormen van de poort nog te
zien. De poort is vermoedelijk aan
het eind van de 15e of begin 16e
eeuw afgebroken. De straat lag
oorspronkelijk buiten de stadsmuur.
Al snel na de aanleg rond 1220 werd
er
|
|
buiten
de muur gebouwd. De Binnendieze
(huidige Verwersstroom) stroomde
langs het huis Het Verguld Harnas en
werd als vestinggracht gebruikt.
Oorspronkelijk stond die in
verbinding met een andere Diezetak
de Vughterstroom.
De straat heeft ooit 'Zijle'
geheten. Een zijl is een afloop van
water of ook wel een
uitwateringssluis. Mogelijk hield de
naam verband met een in de 13e eeuw
gedempte waterloop. Ook de
Wolvenhoek, Achter het Wild Varken
en Achter het Stadhuis hebben ooit
Zijle geheten. Na de afbouw van de
tweede stadsmuur (rond 1365) werd de
eerste stadswal gesloopt. De
stadsgracht bleef behouden en werd
op verscheidene plaatsen overbrugd
en later bebouwd. Pas in de 19de
eeuw is het laatste niet overkluisde
deel van de Binnendieze op de hoek
met Achter het Stadhuis bebouwd.
Daar stroomt de Binnendieze nog
altijd onder de huizen door.
Het huis dat de naam 'Het Verguld
Harnas' droeg bestaat niet meer. In
het begin van onze eeuw was op deze
plaats de deftige taartjeswinkel van Goulmy gevestigd. Daar kon men dames
met de toen in de mode zijnde grote
hoeden op voor het raam gezeten
gebakjes zien nuttigen. Maar ook dit
huis werd gesloopt om er een nieuw
de hoek afrondend gebouw neer te
zetten waar het fotobureau 'Het
Zuiden' was gevestigd.
|
Achter het Wild Varken
Ook de
straat Achter het Wild Varken is
naar een huis genoemd en de
tegenwoordige eigenaar heeft de naam
'Het Wild Varken' aangehouden.
Tegenover dit pand stond in oude
tijden het Posthuis op Maastricht.
De postwagen die naar de Limburgse
hoofdstad reed vertrok vandaar en
keerde er ook weer terug. In 1689
liet het stadsbestuur tegenover het
Posthuis een pomp plaatsen. Die is
in de loop der tijden weer
verdwenen.
|
Het Posthuis zelf werd in
de vorige eeuw afgebroken in 1867
kwam op deze plaats een gebouw tot
stand waarin de sociëteit De
Katholieke Kring een nieuw tehuis
kreeg. Die was eerst gevestigd
geweest in het café Plaats Royaal
Achter het Stadhuis. In die tijd
waren velen in 's-Hertogenbosch wellicht
tengevolge van ingeslopen
misbruik en sterk tegen het
Carnaval gekeerd. Maar de sociëteit
Casino waar de chique zoals men
toen zei en de officieren van het
garnizoen thuis waren bevorderde
het Carnaval. Daarom werd als
tegenhanger van het Casino door
oud-minister Van Son de Katholieke
Kring opgericht als sociëteit voor
Jonge Heren. Later konden ook andere
Katholieken lid worden en dat
gebeurde meestal met de hele familie
tegelijk. Ook dit gebouw waar een
tuin aan verbonden was verdween.
Deze
korte verbindingsstraat ontleent
haar naam aan het pand op de hoek
Achter het Wild Varken en Achter het
Stadhuis, genaamd Het Wilt Vercken.
Naar verluidt lag hier rond 1428 al
een stadsherberg met de naam 'huyze
int Wilt Vercke'. Die deed tevens
dienst als hospitium, een plaats
waar reizigers tot rust konden komen
en zo nodig verzorgd werden. Begin
16e eeuw was het een café,
vermoedelijk een van de oudste van
de stad. In 1894 kreeg het de naam
Maastrichts Bierhuis, begin 20ste eeuw
werd het omgedoopt tot Café Billiard Limburgia,
deze naam heeft tientallen jaren
bestaan.
|
|
In 2001
kreeg het de naam Stadscafé Konincks.
De huidige café-uitbaters hebben het
in 2005 weer Int wilt vercken
genoemd.
Op Achter het Wild Varken 1-3 was
het Posthuis op Maastricht
gevestigd. Op 4 april 1679 verkreeg
Johan van de Graaf het recht om een
geregelde postwagendienst op
Maastricht vice versa te houden, een
concessie van 36 jaar. Hij mocht
uitsluitend personen transporteren;
in 1701 werd hem ook vergunning
verleend om brieven te vervoeren. Op
28 februari 1763 verkochten zijn
erven het 'recht van octroy op de
wagenposterye' aan derden. In 1867
kwam het grote pand in bezit van de
'Sociëteit der Katholieke Kring',
die in datzelfde jaar door
oud-minister Van Son was opgericht.
Die liet het oude posthuis afbreken
en er een nieuw sociëteitsgebouw
voor in de plaats bouwen; in 1938
werd het gesloopt.
Wolvenhoek
De
Wolven hoek heeft vroeger anders
geheten met Achter het Wild Varken,
Achter het Verguld Harnas en Achter
het Stadhuis was de naam Zijle
|
|
die
iets met waterlozing te maken heeft
Dat kan want de Diest liep hier
zowat overal. De naam van de straat
was vroeger ook 'Schapenmerckt'.
Het zijn intussen geen gevaarlijke
wolven geweest die de Wolven hoek
hun naam gegeven hebben. Wolven is
een middeleeuws woord voor welven.
Nu is de in deze buurt veelvuldig
stromende Diest bijna overal
overwelfd. Zo kan dit woord wolven
aanleiding gegeven hebben tot het
ontstaan van de straatnaam. Maar een
andere verklaring is ook mogelijk.
In het huis 'Het Zwijnshoofd' woonde
eens een zekere Van Wolfsbergen. Nu
noemde men vroeger een straat nog
wel eens naar een in die straat
woonachtige meestal min of meer
voorname familie. Dat is in Den
Bosch met meerdere straten het geval
geweest Het wil ons het meest
waarschijnlijk voorkomen dat de
verklaring van de naam Wolvenhoek
ook hier van een familienaam
afkomstig is.
Waar later het belastingkantoor zou
komen huisde vroeger de
Marechaussee. Ook de Weense zusters
die wij de eerste wijkverpleegsters
van 's-Hertogenbosch zouden willen noemen
woonden in de Wolven hoek. En dan
stond onder no. 12 dat fraaie
herenhuis van de familie Rouppe van
der Voort Dit prachtige,
paleisachtige huis met het
stijlvolle interieur moest in 1961
sneuvelen ten behoeve van een hier
nooit gebouwd Provinciehuis.
|
|
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch |
|
|
|
Foto's
copyright
©
bij groetenuitdenbosch.nl |
|
|