Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

  De Markt

  Pensmarkt

  Schapenmarkt

  Hooge Steenweg en Karrenstraat

  Fonteinstraat en Ridderstraat

  Lombardje

  Verwersstraat

  Prins Bernhardstraat en Keizerstraat

  Beurdsestraat en Weversplaats

  Korte – Lange Putstraat

  Kerkstraat en Gasselstraat

  Parade en Peperstraat

  Papenhulst en Nachtegaalslaantje

  Clarastraat en Choorstraat

  Bethaniëstraat en Sint Jacobshof

  Baselaarsstraat en Hekellaan

  Gasthuisstraat en Rozemarijnstraat

  Hinthamerstraat

  Sint Josephstraat en Nieuwstraat

  Schilderstraat en Louwse Poort

  Hinthamereinde en Zuid-Willemsvaart

  Tolburgwijk en GZG terrein

  Orthenstraat en Jan Heinsstraat

  Barbaraplaats en Sint Geertruikerkhof

  Visstraat en Binnenhaven

  Lepelstraat en Sint Jansstraat

  Molenstraat en Omgeving

  De Uilenburg

  Postelstraat en Kruisstraat

  Snellestraat en Minderbroedersstraat

  Vughterstraat

  Berewoutstraat en Westwal

  Kruisbroedershof en omgeving

  Tilmanshof en Kuipertjeswal

  Sint Jorisstraat en Spinhuiswal

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen


 

       

De Straten en Stegen

Beurdsestraat en Weversplaats

           

Beurdsestraat

  

De Beurdsestraat dankt haar naam aan het oude perceel 'Die Beurde'. Vermoedelijk was dat een stukje polder. Beurde betekende overigens zowel beurs als mand. Het is mogelijk dat er ooit iemand op of bij het terrein gewoond heeft die daar het geschikte hout vond om manden van te maken. Feit is wel dat een Bossche familie Van Beurden haar naam dankt aan dit stuk land, dat ook wel 'Die Boerde' genoemd werd. Boerde staat voor grap, daar is verder weinig uit op te maken. Maar onze straat had ook wel iets van doen met het uitgebreide lakenbedrijf van de stad. Want op de hoek Beurdsestraat - Kemelsharenhoek (ook kamelenhaar werd in de lakenweverij gebruikt) stond al in 1369 de Barbara- of Weverskapel. Een beeld van St. Barbara prijkte in een nis aan de voorgevel. Genoemde hoek had nog twee andere namen: 'Prijckershoek' en 'Oude Huls' op deze laatste naam komen wij in het volgende artikel terug. Van de kapel zou nog veel verteld kunnen worden. Na haar opheffing als zodanig heeft zij o.m. dienst gedaan als cavaleriestal, pakhuis en turfschuur. Ook werden er ooit krijgsgevangenen in opgesloten. In 1900 werd zij afgebroken. De straat telde eens drie bejaardentehuizen: de gasthuizen van Mierden voor 13 oude mannen, dat van Agnes van den Broek voor 7 tot 9 oude vrouwen en het Heuvels gasthuis voor 12 oude vrouwen.

In die tijd, aan het einde van de veertiende eeuw, trok het Mirakelbeeld uit de Sint-Jan door de door ziekte getroffen stad. Sedertdien ruim zes eeuwen trekt jaarlijks de Maria-omgang door de Bossche straten. De Beurdsestraat is de eerste straat geweest waar de bewoners tijdens de Omgang Mariabeeldjes met kaarsen en bloemen voor de ramen zetten. Het was een mooie brede straat met goede huizen. Maar het moest weer worden afgebroken. Alles verdween zelfs die prachtige steen die een herinnering was aan de Omgang. Hij is nog steeds zoek. Tot voor veertig jaar stonden hier huizen in de Beurdsestraat waarin een hechte gemeenschap woonde. Bosschenaren die bijzonder betrokken waren bij de Mariaviering in hun stad. Als hier in de buurt de Omgang trok werd er die morgen hard gewerkt. In alle vroegte werd dan de straat geschrobd er kwam schoon wit zand overheen. Ter ere van Maria werden er gekleurde snippers papier overheen gestrooid.

De bewoners van de Beurdsestraat zijn ook als eerste begonnen met het plaatsen van Mariabeeldjes tijdens de omgang voor de ramen. Deze beelden werden dan versierd met bloemen en kaarsen. De versiering werd zelfs zo ver uitgebreid dat het gehele huis in feesttooi was gehuld. De Bossche krant van 7 juni 1916 bevat dan ook een oproep aan alle Bosschenaren langs de Beeweg om hun huizen te versieren.

De krant meldt 'Een prachtig voorbeeld is reeds gegeven. De bewoners van de Beurdschestraat de eersten die er toe overgingen om hun huizen te sieren ter gelegenheid van den Ommegang welke feit vereeuwigd is geworden door het aanbrengen van een gedenksteen hebben reeds de handen in elkaar geslagen om dit jaar hun groter opgezet plan uit te voeren.' Als nu de Mariastoet trekt (op de eerste zondag in mei om 18:00 uur) zijn er meer huizen langs de Beeweg waar een Mariabeeldje met een kaarsje te zien is.

Deze liefde voor Maria hebben de bewoners van de Beurdsestraat (en ook Bandsepoort, Kemelsharenhoek, Oude Hulst) ook uitdragen 1948 toen zij gezamenlijk zeventien keer in het Casino het toneelstuk Bosch' Marieke opvoerden. Maar de huizen bleken in de vijftiger jaren niet meer geschikt voor twintigste eeuwse bewoning. Aan de restauratie werd in het geheel toen niet gedacht. De huizen werden gesloopt en de bewoners gingen verspreid over de gehele stad wonen. Na jarenlange kaalslag werden er aan het eind van de jaren zeventig plannen voor nieuwbouw gemaakt. In 1980 was de noordzijde van de straat weer gedeeltelijk herbouwd.

    

Volderstraat en Voldersgat

  

Bij de overgang van de Verwersstraat met de Oude Dieze ligt het Volderstraatje. De oudst bekende naam van het Volderstraatje uit de middeleeuwen was 'dat enge straetken'. Het straatje dankt zijn naam aan de hier beoefende wollen lakenindustrie. In dit geval duidde dit op het bedrijf der lakenvolders of lakenvoorbereiders. Als de lakenververs in de Verwersstraat hun wollen lakens na het verven gedroogd hadden gingen zij daarmee door het Volderstraatje naar het Voldersgat. Daar in het open water bij de Grote Hekel stonden de volders klaar. De lakens werden dan gevold, dat wil zeggen terdege gespoeld, waardoor de stof dichter voller werd. Het werk van deze wolbereiders bij de Voldersbrug en de Volderstrappen veroorzaakte zo veel schuim op het water dat het Volderstraatje in de volksmond de bijnaam kreeg van Scumenoirde (Schuimoord). De plek van werken van een lakenvolder werd ook wel 'vollerie' genoemd.
Bij het bruggetje over de Binnendieze (Verwersstroom) bevinden zich drie steunbogen. Het gedeelte vanaf de Verwersstraat tot aan het bruggetje behoort tot het middeleeuwse stratenpatroon. Van de middeleeuwse perceelsindeling en het rooilijnenbeloop zijn restanten aanwezig. Het laatste gedeelte van het straatje nabij de Zuidwal is via een trap sterk oplopend. Het Volderstraatje heeft ook een verbinding met de Beurdsepoort. Het huis op de hoek Volderstraatje en Oude Dieze heette aanvankelijk 't Cofferen en later De Boerendans.

Rond 1883 was de Amalia-bewaarschool er gevestigd, voor kinderen 'uit den arbeidenden stand'. In 1993 kwam het Amadeirohuis van de Oeteldonkse Club erin nu heeft het een woonbestemming.

    

Oud Bogardenstraatje

    

Midden in een wijk die in de late middeleeuwen het centrum was van de lakenindustrie leefde een kleine typisch middeleeuwse kloostergemeenschap de Bogarden. Een stil zijsteegje van de Verwersstraat het Oud Bogardenstraatje herinnert eraan dat zij in deze buurt hebben geleefd en gewerkt. Bogarden of begarden waren vrome mannen die naar het voorbeeld van de begijnen in de 13e eeuw gezamenlijk leefden en zich toelegden op gebed innerlijk leven en handenarbeid. In het begin van de veertiende eeuw in 1309 ontstond er een godsdienstige vereniging voor jongemannen. Bogarden die geen kloosterhabijt droegen maar een genootschap vormden dat door handenarbeid de kost verdiende en een godsdienstig leven wilde leiden.

Door het weven van lakense stoffen wilden zij in hun onderhoud voorzien. Misschien daarom ook kochten zij een huis in de Verwersstraat ongeveer op de plaats van het huidige Noord-Brabants Museum en bestempelden het tot klooster  waar de lakennijverheid geconcentreerd was. Dit huis bevond zich toen nog buiten de veilig muren van de vestingstad.
In 1439 gingen de Bogarden leven volgens de derde orde van St. Franciscus. Een aantal van hen wilde nog verder gaan en deel uitmaken van een echte kloosterorde. In 1466 verzocht een aantal Bogarden aan de bisschop van Luik of aansluiten bij de orde van de Kruisheren mogelijk was. Dit stond de bisschop toe en acht Bogarden traden bij de Kruisheren in. Maar zij bleven in het bestaand kloostertje wonen. Dit leidde tot sterke onenigheid met de overgebleven acht Bogarden over wie nu de eigenlijke eigenaar van het klooster was de Bogarden of de Kruisheren? Paus Paulus II besliste in 1469 in het voordeel van de Bogarden. De kruisheren moesten het pand verlaten.

In 1470 sloten de Bogarden een overeenkomst met het Gilde van de Linnenwevers over hun werkzaamheden in de lakennijverheid en de relatie met de ambachtslieden. Kloosters bezaten namelijk vrijheid van het betalen van accijnzen hetgeen tot concurrentie met de ambachtsgilden leidde. De Bogarden sloten deze overeenkomst om moeilijkheden te voorkomen.

Er werd een bedrag van drie pond per jaar betaald door de Bogarden waarvoor ze toestemming kregen om acht weefgetouwen in het klooster te plaatsen.
In 1515 werd het weven door de Bogarden verboden door het Bossche stadsbestuur. In de jaren daarna treedt het verval van het klooster in. Er kwamen geen nieuwe Bogarden meer en het aantal leden daalde. In 1585 waren er nog maar twee van wie er één in het klooster zelf woonde. In dat jaar gaf paus Sixtus V toestemming aan de Rosmalense zusters van het klooster St.-Anneborch om het onveilige platteland te verlaten en zich in het Bogardenklooster te vestigen. In 1587 gebeurde dat daadwerkelijk en waren er na tweeëneen halve eeuw geen Bogarden meer.
In 1609 vestigden zich in het klooster van de Bogarden de Jezuïeten. Toen deze in 1629 verdwenen kwam de militaire gouverneur van de stad in het complex wonen. Eind 18e eeuw is het geheel verbouwd tot het gouvernement zoals wij dat nu kennen. Opnieuw wordt er gebouwd nu ten behoeve van de huisvesting van het Noordbrabants Museum. Aan de Bogarden herinnert ons nog het Oud Bogardenstraatje een klein zijstraatje van de Verwersstraat

    

Paradijstraatje

  
Het Paradijsstraatje is een zijsteegje van de Verwersstraat tussen de nummers 53 en 55. Volgens Van Dale betekent het paradijs 'De verblijfplaats van het eerste mensenpaar de hof van Eden'. De 'Dikke' vervolgt (figuurlijk) 'Een verblijfplaats van uitzonderlijke bekoorlijkheid en lieflijkheid'.

Volgens het woordenboek heeft 'paradijs' bouwkundig nog de betekenis van een voorportaal of van een hof voor of opzij van een kerk soms kerkhof. Verder is een paradijs het synoniem van een engelenbak de bovenste rij zitplaatsen de hoogste en goedkoopste rang in een schouwburg. In veldnamen komt Paradijs (naast Hemel en Hemelrijk) wel eens voor als naam van een bijzonder vruchtbaar perceel of juist ironisch bedoeld van uitermate slechte grond (M. Schönfeld, Veldnamen in Nederland 1950). In 's-Hertogenbosch komt Paradijs als huisnaam regelmatig voor. Panden aan de Markt, Schapenmarkt en Orthenstraat hebben deze naam gedragen.
Tegenwoordig loopt het Paradijsstraatje dood op een voormalig transformatorhuisje dat gebouwd is op een toog van de Verwersstroom. Vroeger liep het Paradijsstraatje nog verder door met een uitloper naar links.
 Achter het straatje lag in de middeleeuwen het bogardenklooster (1309 - 1588) in 1613 kochten de jezuïeten het complex en bouwden er hun jezuïetenklooster later kwam daar het Gouvernementspaleis nu staat het Noord-Brabants Museum er. Het kan zijn dat de naam Paradijsstraatje gebruikt is als toepassing van 'voorportaal van een kerk/klooster'. Bijna aan het einde van het straatje is een zijsteegje dat afgesloten is met een houten spijlenpoort. Er hangt een particulier straatnaambordje: H vd Bouhuysensteeg Geestelijk Vader.

    

Weversplaats en Oude Hulst

  

De naam Weversplaats spreekt voor zich, daar woonden eens de wevers. Het was overigens wel een straat met straatjes men vond er de Berenbijt, de Bandsepoort, de Boonengang, het Rioolstraatje, Achter het Lam, het Plaatsje van Jeggie en de Mortel. In deze wijk waren 19 water- en vuurhuizen. Die vond men in alle volksbuurten en daar niet alleen ook de Hinthamerstraat bijvoorbeeld kende ze.
Ofschoon de mensen er allesbehalve rijk waren leefden ze toch veel gezelliger menselijker gelukkiger dan tegenwoordig dikwijls het geval is. Wij weten nog dat men op de Wevers plaats bij goed weer 's avonds om een lantaarnpaal ging zitten kaarten. Maar zelden werd het spel vóór twee uur in de nacht beëindigd. Ook hier werden tijdens de Omgang in ruime mate versieringen aangebracht.

De straat heeft met deze hele wijk evenals andere Bossche volksbuurten ook altijd blijk gegeven van grote gemeenschapszin. Dat kwam vooral tot uiting in het jaar 1947 bij de maar liefst 35 uitvoeringen van 'Bosch Marieke' het ontroerende echt Bossche volksspel dat Tom Brouns schreef. Herman Moerkerk ontwierp de decors die door Jan Sonneborn werden geschilderd. Kees Spierings was de regisseur. Het werd door de bewoners van de wijk gespeeld we kunnen zeggen dat het stuk hen op het lijkt geschreven was. Meerdere nooit vermoede talenten doken op. Het werd een enorm succes. Heel Den Bosch heeft er van genoten maar ook velen van buiten de stad. Waar deze straat omhoog ging naar de stadswal veranderde zij van naam het werd De Oude Hulst. De Beurdsestraat kreeg waar zij begon te stegen ook diezelfde naam. Een naam die overigens in Den Bosch meer voorkwam bij straten die uitliepen op de wallen Huls of Hille betekent hoogte. Omdat het woord 'oude' tweemaal gekoppeld wordt aan Huls of Hulst vermoeden wij dat die opritten naar de vestingmuren er dikwijls eerder zijn geweest dan de thans daarop aansluitende straten.

Tegenwoordig zie je aan de Oude Hulst vrijwel niets dan achtergevels en achteruitgangen. Vroeger was het onderdeel van een levendige volksbuurt. In de middeleeuwen was de Oude Hulst veel langer, de St.-Jorisstraat en Weversplaats maakten er toen deel van uit.

De oudste vermelding staat in een schepenakte van 13 mei 1305. De benaming Oude Hulst doet verwachten dat er ook een Nieuwe Hulst is maar daar is nergens sprake van. In de schepenbrieven van het Bosch Protocol (1366 - 1811) wordt die lange straat aangeduid met Huls, Hulsstraat, Heulstraat, Aldenhuls en Hoelstraat maar het gaat steeds om dezelfde straat die we nu kennen als Oude Hulst. Opvallend is dat in alle oude vermeldingen de naam geen -t heeft. Volgens het Etymologisch Woordenboek is deze -t een latere toevoeging.
Waar komt de naam Oude Hulst nu vandaan? Marcel van der Heijden lijkt het de meest waarschijnlijke hypothese dat onze Bossche Huls terug te voeren is naar hulst als naam van de struik als ondergroei in oude loofbossen. Jos van der Vaart geeft aan dat huls of hoel in verband kan staan met 'hol' dat drassig en week betekent. 'Hol' en 'hul' komen ook voor in samenhang met hellingen en hoogten en voor een plateautje, dat zich boven het omringende stroomland verheft. Mogelijk is huls of hoel afkomstig van 'holt' een oude vorm voor hout (= bos). De naam duidt dan op een oud akkercomplex dat gewonnen is op een bosterrein. Allemaal mogelijke verklaringen van de straatnaam Oude Hulst.

    

  Straten en Stegen:EersteVorige781011VolgendeLaatste

Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl