Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

  De Markt

  Pensmarkt

  Schapenmarkt

  Hooge Steenweg en Karrenstraat

  Fonteinstraat en Ridderstraat

  Lombardje

  Verwersstraat

  Prins Bernhardstraat en Keizerstraat

  Beurdsestraat en Weversplaats

  Korte – Lange Putstraat

  Kerkstraat en Gasselstraat

  Parade en Peperstraat

  Papenhulst en Nachtegaalslaantje

  Clarastraat en Choorstraat

  Bethaniëstraat en Sint Jacobshof

  Baselaarsstraat en Hekellaan

  Gasthuisstraat en Rozemarijnstraat

  Hinthamerstraat

  Sint Josephstraat en Nieuwstraat

  Schilderstraat en Louwse Poort

  Hinthamereinde en Zuid-Willemsvaart

  Tolburgwijk en GZG terrein

  Orthenstraat en Jan Heinsstraat

  Barbaraplaats en Sint Geertruikerkhof

  Visstraat en Binnenhaven

  Lepelstraat en Sint Jansstraat

  Molenstraat en Omgeving

  De Uilenburg

  Postelstraat en Kruisstraat

  Snellestraat en Minderbroedersstraat

  Vughterstraat

  Berewoutstraat en Westwal

  Kruisbroedershof en omgeving

  Tilmanshof en Kuipertjeswal

  Sint Jorisstraat en Spinhuiswal

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen


 

       

De Straten en Stegen

Parade en de Peperstraat

           

Parade

  

De Parade moet de plaats in Den Bosch zijn waar in de loop der tijden het aanschijn der aarde het meest veranderd is. Oorspronkelijk behoorde het terrein tot het perceel 'De Pepers' waarover in het artikel over de Peperstraat geschreven werd. De 16de eeuwse geschiedschrijver Molius zegt dat er een heuvel geweest is waar recht gesproken werd voor niet-poirters en waar ook de galg stond.

Later werd hier het Groot Begijnhof opgericht. Blijkens de oudste oorkonde (6 juli 1274) stond het er in dat jaar al misschien zelfs nog vroeger. De begijnen waren een afscheiding van de Zusters van Orthen. Het begijnhof werd zeer groot. Het besloeg de gehele oppervlakte der latere Parade en ook het terrein waar later de omliggende straten huizen en het Casino zouden komen. De begijntjes hadden hun eigen kapel of kerk, die was toegewijd aan de H. Nicolaas. Over de plaats van die kerk zijn de meningen verdeeld. Men zegt dat zij aan de kant van de Peperstraat gestaan heeft maar Mosmans plaatst haar aan de hand van gevonden muurresten daar waar later de Duhamelstraat zou komen. Hij spreekt over een driebeukige kerk het is mogelijk dat ooit nog een grotere kerk gebouwd werd. De begijnen hadden hun eigen pastoor. Het hof was omheind. Later spreekt men van een hoge ommuring met een hoofdpoort daarin bij de St. Jan en een kleine poort aan de zijde der Peperstraat. Er is een tijd geweest dat er 300 begijnen woonden. Zij droegen volgens voorschrift 'een gecnoepten onderrock' met daaroverheen 'een gewaet van den hoefden totten voeten swart, wit of grauw'. Andere kleuren waren niet toegestaan. De begijnen baden veel en verdienden hun 40 kost met weven. De bomen op de Parade werden uit hun inkomsten betaald. Na de val van Den Bosch in 1629 leidde het begijnhof een kwijnend bestaan en in 1675 stierf de laatste begijn. Na veel geharrewar tussen de Staten en het Stadsbestuur werden op een gedeelte van het terrein twee grote militaire stallen gebouwd voor de ruiterij.

De Cavaleriestraat herinnert er nog aan. Na opruiming van de in puin liggende resten van het begijnhof liet de stad in 1749 de Paradeplaats aanleggen, Eén huis bleef er over: dat van de pastoor van het begijnhof. Het stond op de hoek tegenover het tegenwoordige café 'het Pumpke'. Later werd het als pastorie voor de St. Jan gebruikt. Toen in 1856 de nieuwe pastorie voorde kathedraal gebouwd werd is ook dit huis gesloopt.
Eén ding herinnert nog aan de begijnen een grafzerk afkomstig uit hun kerk. 'IJken Goeyaert Haubrakensdochter, Baghijn die sterf Ao 1519 di Sodachs na blok. Paesschen' is er op g eiteld. Als er geen auto op staat kan men hem in het midden van de Parade zien liggen. Intussen is er hoop dat dit voorname plein zijn huidige functie van parkeerplaats zal gaan verliezen en dat het aanschijn der aarde hier in gunstige zin zal gaan veranderen.

    

Cavaleriestraat

  

Het plein wat nu Parade heet maakte in de middeleeuwen deel uit van het uitgestrekte ommuurde gebied van het Groot Begijnhof. Na de dood in 1675 van de laatste begijn Cornelia van Deursen ontstonden felle geschillen over de eigendom van het terrein. Deze onenigheden duurden tot 1721.

Toen werd het oostelijke deel van het gebied staatseigendom het westelijke deel stadseigendom. Op het landsdeel werden in 1741 paardenstallen voor de bereden veldartillerie en cavalerie gebouwd. De stad liet het haar toebedeelde domein in 1749 inrichten als parade- en exercitieterrein. Rond 1850 wilde de minister van oorlog hier nog een overdekte manage naast bouwen maar dit werd door het stadsbestuur tegengehouden. In 1900 kwam die manage er toch maar dan aan de Hekellaan.
Op 6 augustus 1903 stichtte de zestienjarige Adriaan Mulder brand op de hooizolder van het eerste stalblok aan de Parade. De vier hier in garnizoen gelegerde batterijen van het 3e Regiment Veldartillerie waren wegens schietoefeningen op Schietkamp Oldebroek (Gelderland) niet aanwezig. Als reden voor zijn actie gaf de brandstichter aan 'dat hij zo barsch door zijn vader behandeld werd'. Voor zijn daad werd hij veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf. De herbouw van het afgebrande stalblok vond begin 1909 plaats. In 1934 werden de paardenstallen gesloopt ten behoeve van de nieuwbouw van de Casinoschouwburg. De sociëteit Casino had tot dan toe een theaterzaal met toegang aan de Papenhulst. Het straatje dat toen werd aangelegd tussen de Triniteitsstraat en de Casinotuin werd ter herinnering aan het militaire paardenvolk Cavaleriestraat genoemd.

    

Triniteitstraat

  

In het jaar 1348 brak de pest die dikwijls meer mensenlevens kostte dan een oorlog weer eens uit. En in hevige mate zij zou drie jaar heersen in Europa. Paus Clemens VI verleende geestelijke voorrechten aan allen die de vele zieken zouden helpen. In Den Bosch waar de pest ook veel slachtoffers maakte ontstond toen een vereniging van jonge mannen die de verpleging der zieken ter hand namen.

Zij vestigden zich aan de Hinthamerstraat en wel in het huis genaamd 'De Struijs' dat tegenwoordig het nummer 180 draagt. Later verhuisden zij naar het pand 'De Notenboom' in dezelfde straat nu is dat genummerd 151-153-155. Wij vermoeden dat de vele religieuze overblijfselen die zich nog altijd aan de achtergevel en in de tuin van dit laatste huis bevinden van hen afkomstig zijn ook al omdat zij inmiddels een kloosterorde waren gaan vormen de Alexianen meestal werden zij Cellebroeders genoemd. Nog een derde keer werd er verhuisd en wel naar een plaats achter het Begijnhof op de tegenwoordige Parade ze kregen daar ook een klooster en een kerk. Deze laatste was in 1470 toegewijd aan de H.H. Augustinus en Alexius en ook aan de H. Drievuldigheid of de H. Triniteit. En daar het klooster aan de huidige Triniteitstraat grensde hebben velen de oorsprong van deze straatnaam hierin gezocht.
Maar dan blijkt dat de naam al 120 jaar tevoren in een Bossche Schepen brief voorkomt. We moeten dus verder zoeken. Eertijds kwamen hier drie wegen samen de Pettelaarseweg de Oude Dieze en de straat die dan nu de Triniteitstraat heet. Het was dus een driesprong en in oude tijden werd een getal als het overeenkwam met een religieuze uitdrukking waarin hetzelfde getal voorkwam al gauw daarmee gecombineerd. Zo is dus de naam Triniteitstraat al in de 14de eeuw ontstaan. In goed Bosch' zou dat 'de Trierentrèèj' worden. De Alexianen zijn later een weeshuis begonnen daardoor zijn de plunderingen tijdens de Beeldenstorm aan hen voorbij gegaan.

Het Weeshuis dat aan de Weesstraat stond was een gedeelte van het klooster der broeders. De mooie maar beschadigde gevelsteen uit 1619 die in de Triniteitstraat op de hoek van de voormalige Weesstraat in de muur gemetseld werd en nog altijd aanwezig is is vermoedelijk van dit weeshuis afkomstig.
    

Oude Dieze

  

Oude geschiedschrijvers wezen de straat die Oude Dieze heet wel eens aan als de plaats waar 's-Hertogenbosch gesticht werd en dat is onjuist. De stad vond haar eerste begin aan de Dieze die achter de Orthenstraat loopt en die ook Oude Dieze genoemd werd. Daardoor is het misverstand ontstaan. Over de hier besproken straat schrijvend, zegt Van Sasse van Ysselt ‘en wij zijn dat met hem eens’ 'zal zij alzoo haren naam gekregen hebben toen de Dieze die aan de zuidzijde achter haar loopt met een nieuwen tak vermeerderd werd'.

Evenals in de Peperstraat prijken ook hier meerdere patriciërshuizen. Een daarvan is het hoekhuis waar nu de Keuringsdienst gevestigd is. Dat werd in 1888 gebouwd voor Jhr. Serraris die met Mej. Vogelvanger uit Hulst gehuwd was. Daarom vertoont de fraaie gevelsteen boven de ingang, naast genoemd jaartal ook de letters S en V. Hendrik van der Geld beroemd beeldhouwer en schrijnwerker woonde en werkte eens in het huis genummerd 4 en 6. Er is nog werk van hem te zien in de St. Jan en het is niet voor niets dat hij boven zijn deur liet zetten 'Arbeyt sere voert tot eere'. De versieringen boven deur en vensters wijzen ook op zijn ambacht. In 1798 werd eveneens aan de noordzijde der straat het Groot Seminarie gevestigd dat één jaar later naar St. Michielsgestel werd overgebracht. Ook de Oude Dieze heeft zijn schuilkerk gekend die was gevestigd in het huis no. 3 dat de naam' 't Cofferen" draagt. Een gasthuisje was er ook. Het was in 1536 gesticht door Aleydis de weduwe van Jan van Berckel voor 5 oude vrouwen. Dat was in het Raamstraatje dat u tegenover 38 de tuin van het huis 'De Berenbijt' op de oostelijke hoek van de Peperstraat moet zoeken. Vroeger heette het straatje 'In de Ramen' en dat had weer iets met de oude textielnijverheid te maken men spande er namelijk lakens op ramen om ze te rekken. Nog vroeger was de naam van dit nijvere straatje 'Het Spijkerboorgangske' naar een huis 'De Spijkerboor' op de hoek.

 

Wij kunnen hier nog bij vertellen dat men in Amsterdam een gevelsteen bewaart waarop zo'n boor is afgebeeld. Alleen is nog nooit gebleken dat die steen in Amsterdam thuishoort. Soms maken die zware stenen verre reizen....
    

Peperstraat

  

'Rijk en deftig' dat waren de twee begrippen die in het hoofd der oudere Bosschenaren opkwamen als de Peperstraat ter sprake kwam. Ofschoon men in oude tijden grondbelasting dikwijls in peper kon betalen heeft deze specerij toch niets met de naam van de straat uit te staan. Zoals dat met meerdere straten het geval is dankt ook de Peperstraat haar naam aan een perceel grond. Dat heette 'De Pepers' het was er al vóór de St. Jan gebouwd werd. Het strekte zich uit ongeveer van de Hinthamerstraat tot aan de Oude Dieze; die straten zouden trouwens ook pas later komen.

Nu zijn wij naar de betekenis van deze terreinnaam op zoek geweest. Dan blijkt dat de bevolking ook de namen Peperwei of Paperkamp gebruikte en voorts dat deze perceelsnaam eveneens in andere Nederlandse gemeenten voorkomt. Daaruit leiden wij af dat er een gemeenschappelijke oorzaak moet zijn voor het ontstaan van deze naam. In oude tijden kende men een geneeskrachtig kruid dat 'Pepercruut' genoemd werd. Het is niet onmogelijk dat op die gronden dit kruid veelvuldig voorkwam zodat zij er hun naam aan dankten. Nog in de vorige eeuw groeide er buiten de stad, op de vestingsingels en langs de Dieze, het z.g. hydro-piper wat waterpeper betekent. Misschien groeit het er nu nog wel. Het ontstaan van de straatnaam lijkt ons in dit geval wel voldoende duidelijk.
Ofschoon niet alle panden meer als woonhuis dienst doen, is de Peperstraat nog altijd een voorname straat met veelal monumentale gevels. Het is ook de straat met het grootste aantal stoephekken. Eens heeft er in de nabijheid van het huis 'De Wereld', no. 15 ook een gasthuisje gestaan. Het was door Christina Ulemans gesticht bij testament op 17 februari 1400. Volgens Schutjes was het bestemd voor 8 oude vrouwen; Van Sasse van Ysselt schrijft echter dat het aantal bewoonsters nooit hoger dan 5 geweest is. De voorgevel van 'De Wereld' vertelt nog iets uit de tijden van watersnood.

Als u goed kijkt ziet u bij de ingang een kleine gedenksteen zitten '18 maart 1876' staat er op met een streep daarbij zó hoog heeft het water toen in de Peperstraat gestaan. Dat steentje is een bewijs voor het feit dat het water in die winter uitzonderlijk hoog gestaan heeft want evenals de Parade liep de Peperstraat zelden onder.
Nu u toch hier bent loop dan ook dat sfeervolle straatje 'Achter de Wereld' eens in. Het dankt zijn naam aan het op de hoek staand huis. Aan het eind vindt u drie oude huisjes aan een huiselijk pleintje. Misschien heeft hier dat gasthuis wel onderdak gehad.
    

  Straten en Stegen:EersteVorige10111314VolgendeLaatste

Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl