|
Barbaraplaats
|
|
De Barbaraplaats ligt begrensd
tussen Orthenstraat, Sint Geertruikerkhof en Pastoor de Kroonstraat. In de middeleeuwen stond hier
het Sint
Geertruiklooster. De Barbaraplaats
is genoemd naar Barbara Disquis (ook
wel genoemd Dischot of Van
Oostenrijk) de buitenechtelijke
dochter van keizer Maximiliaan van
Oostenrijk.
Zij
werd geboren omstreeks 1482 enkele
maanden nadat Maximiliaan in 1481
een vergadering van de Orde van het
Gulden Vlies in 's-Hertogenbosch had
voorgezeten. Deze Orde was in die
tijd de top van de ridderschap waar
veel Europese vorsten lid van waren.
Hoewel zij als halfzuster van
Philips de Schone naar het Hof van
Bourgondië kon gaf zij de voorkeur
in de Hertogstad te blijven. Van
1495 - 1497 verbleef zij bij de
Bosschenaar Gerrit van den Broeck.
In 1497 deed Barbara haar intrede in
het Sint Geertruiklooster. Daar zou
zij haar verdere leven doorbrengen
zij overleed er op 22 september
1568. Het Geertruiklooster was
bestemd voor vrouwen uit de betere
standen. Nogal wat dochters van
deftige en adellijke families hebben
in dit augustinessenconvent geleefd.
In haar kroniek over stad en meierij
van 's-Hertogenbosch verhaalt
Barbara onder andere over de keren
dat zij met hoog bezoek werd
vereerd. Zo vertelt zij over een
ontmoeting met haar vader in 1504
waarbij ook haar halfbroer Philips
aanwezig was. Haar kroniek wordt
bewaard in de Abdij van Berne in
Heeswijk.
|
Met de aanleg van de
Barbaraplaats in de 20ste eeuw zijn alle funderingen van het voormalige
kloostercomplex opgeruimd. In de bestrating zijn de funderingen van het
klooster gedeeltelijk aangegeven.
Eerste en Tweede Straatje van Best
Genoemd naar Jan van Best die
in het begin van de 16e eeuw gronden bezat gelegen achter de huizen in de
Orthenstraat. De naar deze grond lopende straatjes werden respectievelijk
het Eerste en het Tweede Straatje van Best genoemd.
Wordt tot het middeleeuwse
stratenpatroon gerekend. Genoemd naar het voormalige nabijgelegen 'Huis van
Best' waarvan de eigenaar Jan van Best was. Liep eerst dood op de
Binnendieze later in verbinding met 'Tweede straatje van Best'. Nog later
via bruggetje over verdwenen tak van de Binnendieze.
Tussen de panden Orthenstraat
7 en 9 staat een groot ongenummerdhuis is. Dit brede en hoge pand (in de 18e
eeuw De Lintmolen geheten) ligt tussen de 'Straatjes van Best'. Beide straatjes zijn naar de
familie van Jan van Best vernoemd die in de nabijheid een aantal percelen en
panden
in
|
eigendom had. Het 'Huis van Best'
was een vroege stenen mansio. Deze
aanzienlijke stadsvilla stond
merkwaardigerwijs niet aan de
straatkant maar op een achtererf van
Orthenstraat 7.
Het Eerste Straatje van Best liep
oorspronkelijk dood op een tak van
de Binnendieze de Marktstroom. Later
stond het in verbinding met het
Tweede Straatje van Best. Weer later
lag er een bruggetje over de
Marktstroom. Halverwege het steegje
bevindt zich een historisch pand het
kent enkele beeldbepalende
gevelwanden. Tussen beide
gevelwanden is een overdekte
luchtbrug gebouwd. Vanaf de
Orthenstraat tot Achter de Tolbrug
is het eigenlijke steegje. Het
gedeelte daarna tot aan de Pastoor
de Kroonstraat heet Verlengde Straat
van Best.
In het ongenummerde huis De
Lintmolen was destijds een
lintfabriek gevestigd die de
zogenaamde Bossche Band maakte. In
1828 kocht graanhandelaar en
molenaar Piet de Gruijter het gebouw
en installeerde er een rosgrutmolen
in om granen te pletten en erwten te
splitten. Zijn grutterswaren
verkocht hij in zijn sinds 1810
gehuurde winkel aan de Hooge
Steenweg 10. Na Gruijters vertrek
naar de Smalle Haven is het pand in
1905 geheel gesloopt en vervangen
door een armenschool en een
burgerschool. In 1974 werd het
aangekocht door bankiershuis Van
Lanschot. |
|
Zowel het
Eerste als Tweede Straatje van Best is genoemd naar de familie van Jan van
Best. Die had begin 16e eeuw een aantal gronden en panden in eigendom
gelegen achter de huizen van de Orthenstraat. Het Tweede Straatje van Best
ligt rechts van Orthenstraat 9 en loopt door naar de Barbaraplaats waar
vroeger het Sint-Geertruiklooster stond. De invloed van het zich steeds
verder uitbreidende rijke nonnenklooster van Sint-Geertrui is tot ver in de
17e eeuw bepalend geweest. Het klooster was in de 16e eeuw het grootste en
rijkste van de stad.
De stadsuitbreiding vanaf het midden van de 14e eeuw was aanzienlijk in dit
oudste gedeelte van de stad. Toch heeft dit niet aantoonbaar tot meer
welstand geleid. De invloed van de toen ontstane binnenhaven was hiervoor
blijkbaar te beperkt. In het steegje woonde in de 16e eeuw een groot aantal
mensen. Volgens de gemene zettingen (belastingen bij verervingen) woonden er
verschillende ambachtslieden. Opvallend is het groot aantal timmerlui,
kleermakers en sjouwers (croeywagencruyders en sackdregers) maar ook een
pleeghster en scoelmester temidden van bouwvakkers. Zij zullen allen in
cameren (eenkamerwoningen) hebben gewoond. Zo waren er zes huisjes onder één
dak met de naam 'Sint Simon'. Deze zijn alle in 1905 gesloopt ten behoeve
van een schoolgebouw. Het hoekpand met Orthenstraat nummer 9 heet Inden
Hooren en dateert uit 1573. Tegenwoordig staat halverwege het steegje een
kantorencomplex hierdoor is het aanmerkelijk ingekort. Het beloop is met
twee haakse bochten. Qua bouwperiode behoort het tot het middeleeuwse
stratenpatroon.
Sint Geertruikerkhof
|
|
De
Sint Geertruikerkhof verbindt de
Orthenstraat met de Pastoor de
Kroonstraat. De naam Sint
Geertruikerkhof herinnert aan het
klooster van de zusters
augustinessen toegewijd aan Sint
Gertrudis. Het Geertruiklooster was
van 1449 tot 1629 gelegen op de
plaats van de huidige Barbaraplaats.
Toen rond het midden van de 14e eeuw
de stadsgracht gedempt en de eerste
stadsmuur gesloopt werden vond ter
plaatse bebouwing van huizen plaats.
In deze panden is het
Geertruiklooster gesticht. In de
loop van de 15e eeuw breidde het
zich uit waarvoor nieuwe gebouwen
waaronder de kloosterkerk nodig
waren. De omvang van het
kloostercomplex is niet geheel
bekend omdat de archieven van het
Geertruiklooster verloren zijn
gegaan. Over de kloostergebouwen
geven een notariële akte uit 1475 en
een akte uit 1634 een beschrijving
een ijzeren hek, spreekkamer,
kapittelzaal en een gang binnendoor
van het klooster naar de plaats waar
de klok geluid werd. Door de sloop
van het grootste deel van de
bebouwing in 1842 ten behoeve van
een gasfabriek is een reconstructie
van het klooster niet meer mogelijk.
Van het kerkgebouw is meer bekend
omdat dit pas in de 20ste eeuw in
delen werd afgebroken. Archeologisch
onderzoek heeft de oude vorm van de
kerk met driezijdig gesloten koor,
crypte, nonnengalerij, veelzijdige
traptoren en portaal opgeleverd.
Sint Geertruikerkhof nummer 4
is een rijksmonument.
|
Het is een van de twee bewaard gebleven vier
spuithuisjes die vanaf 1688 ten behoeve van de brandweer boven de Binnendieze gebouwd werden. Het andere spuithuisje staat aan de Sint
Jorisstraat nummer 5.
|