Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

  De Markt

  Pensmarkt

  Schapenmarkt

  Hooge Steenweg en Karrenstraat

  Fonteinstraat en Ridderstraat

  Lombardje

  Verwersstraat

  Prins Bernhardstraat en Keizerstraat

  Beurdsestraat en Weversplaats

  Korte – Lange Putstraat

  Kerkstraat en Gasselstraat

  Parade en Peperstraat

  Papenhulst en Nachtegaalslaantje

  Clarastraat en Choorstraat

  Bethaniëstraat en Sint Jacobshof

  Baselaarsstraat en Hekellaan

  Gasthuisstraat en Rozemarijnstraat

  Hinthamerstraat

  Sint Josephstraat en Nieuwstraat

  Schilderstraat en Louwse Poort

  Hinthamereinde en Zuid-Willemsvaart

  Tolburgwijk en GZG terrein

  Orthenstraat en Jan Heinsstraat

  Barbaraplaats en Sint Geertruikerkhof

  Visstraat en Binnenhaven

  Lepelstraat en Sint Jansstraat

  Molenstraat en Omgeving

  De Uilenburg

  Postelstraat en Kruisstraat

  Snellestraat en Minderbroedersstraat

  Vughterstraat

  Berewoutstraat en Westwal

  Kruisbroedershof en omgeving

  Tilmanshof en Kuipertjeswal

  Sint Jorisstraat en Spinhuiswal

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen


 

       

De Straten en Stegen

Lepelstraat en Sint Jansstraat

           

Lepelstraat

  

Net als de Vismarkt herinnert de Lepelstraat aan het handelsverleden van 's-Hertogenbosch. De Lepelstraat dankt zijn naam aan de lepel een middeleeuwse inhoudsmaat voor koren. Verscheidene straatnamen in de omgeving geven aan dat het hier in de Uilenburg onder meer een echt graancentrum was de beide Korenstraatjes (waar veel korenkopers en ook de deken van het gilde van de corencoopers woonden), de Korenbrug, de Korenbrugstraat en de Korenbeurs. Vanuit de Langstraat werd veel koren de stad in gebracht via de nabij gelegen St. Janspoort.

Aan de Lepelstraat en de andere genoemde 'korenstraten' waren korenmarkten en ook in de herbergen in de omgeving werd graan verhandeld.
Ook de naam Uilenburg kan een link met de graanhandel hebben. Hoewel niemand precies weet waar de naam Uilenburg vandaan komt, geeft J.A.M. Roelands een mogelijke verklaring ('Straat in Straat uit'). Uilenburg zou door veelvuldige verbasteringen afkomstig kunnen zijn van de naam Rulenberg. Volgens het Middelnederlands Woordenboek van Verdam betekent rulen of rullen: pellen van graan en berch betekent graanberg. Er was in deze buurt ook een huis dat 'De Corenberch' heette. En aan de Karrenstraat was een pand met de naam 'De Hollandsche Rullewagen'. Bij een onderzoek in de Molenstraat ter hoogte van de huidige opstapplaats van de rondvaarten zijn sporen van een watermolen gevonden. Heel goed mogelijk dat het een pelmolen voor een of meer graanpellerijen is geweest.
Gezien het bovenstaande lijkt het Roelands niet geheel onwaarschijnlijk dat uit de oude betiteling van deze graanbuurt 'Rulenburg' via een reeks van verbasteringen van namen als Hulenborch, Rulenburg, Uulenborch, Uylenborgh, ten slotte de huidige naam 'Uilenburg' is ontstaan.
De westzijde van de Bossche Lepelstraat werd in oktober 1944 bij de bevrijding van de stad zwaar beschadigd.

Ondermeer werd de Distilleerderij Pompe en Gebr. Mann onherstelbaar beschadigd zodat nieuwbouw noodzakelijk was. In 1817 180 jaar geleden begon Theodorus Henricus Pompe zijn distilleerderij op de Uilenburg in het pand De Beer. Deze wijk was toen zeer bedrijvig omdat zij direct met de haven verbonden was (de drukke Visstraat liep nog niet door in de richting van het station). Bij de bouw van de distilleerderij werd een Mariabeeld ontdekt dat een plaatsje op de binnenplaats van het bedrijf kreeg. Via een toegangspoort ('de Berenpoort') kon men deze bereiken. Rond het 'eeuwenoude' beeld ontstonden snel allerlei wonderverhalen. Toen in 1866 een hevige cholera-epidemie de stad trof (waarbij 299 doden vielen) verlegden biddende Bosschenaren de route van de Omgang en passeerden voortaan ook het Mariabeeld in de Lepelstraat.
Inmiddels was de distilleerderij sterk uitgebreid. En naast Pompe kwamen ook anderen in de leiding van het bedrijf de koopman Frijhoff, de broers Christiaen en Gottfried Mann en later de families Heymans en Van Meerwijk. Hoewel ook handel gedreven werd onder de naam De Valk heeft de distilleerderij vooral bekendheid genoten als Pompe en Gebr. Mann.
De zware oorlogsverwoestingen bij de strijd rond het station in 1944 hebben ertoe geleid dat de distilleerderij geheel herbouwd moest worden. Dat gebeurde maar er ontstonden twee verschillen met de vooroorlogse situatie de rooilijn was gewijzigd en het Mariabeeld had nu een eigen kapel gekregen in plaats van tegen een blinde muur op de binnenplaats van het bedrijf. Slechts het rechts van de distilleerderij gelegen café van Jo 'de Stip' van Stiphout, Bonne Mère heeft de oude rooilijn toen kunnen handhaven.
Door fusie is de distilleerderij opgegaan in een groter concern. De productie van brandewijn oude en jonge jenever en andere lekkernijen stopte in 's-Hertogenbosch en het pand kwam leeg te staan. Jaren stond het leeg, omdat een bank belangstelling voor deze unieke locatie had: tussen het station en het stadshart in het centrum. Er ontstonden discussies over de vorm waarin het bouwplan gerealiseerd zou moeten worden en tenslotte gaf de gemeente toestemming.
De architecten Tauber uit Alkmaar en Frans van Dillen en Rien Ogier uit Rosmalen ontwierpen in opdracht van Amro-Dura het bankgebouw. Tien jaar geleden in 1987 werd het in gebruik genomen. Opnieuw had ondermeer de rooilijn een forse wijziging ondergaan.
Voor het bankgebouw werd het historische pand gesloopt waarin Bonne Mère gevestigd was en verdween ook het veertig jaar oude Mariakapelletje. Het beeld dat inmiddels reeds eens door vandalen vernield was kreeg tijdelijk in de Visstraat onderdak maar keerde toch weer terug naar de Lepelstraat en naar een nieuwe kapel.

     

Sint Janssingel

  

Met de Vestingwet van 1874 verloor 's-Hertogenbosch zijn status als vestingstad. De stadspoorten mochten worden geslecht de stadswallen afgegraven en de voormalige vestinggronden bebouwd worden. De stadsmuren bleven behouden omdat die tevens een waterkerende functie hadden.

Alleen bij de Sint Janssingel was dat niet het geval de muren werden gesloopt en vervangen door brede taluds. En er werd gebouwd. Overal aan de randen van de stad op de voorheen militaire gronden verschenen arbeiderswoningen. Want vooral onder de arbeidende klasse was de woningnood schrijnend groot. Aan de Sint Janssingel werden voor hen zeker voor die tijd riante woningen gerealiseerd. De nieuwe straat zelf was ruim bemeten. In 1897 kreeg het de naam Sint Janssingel.
Aan de Sint Janssingel kwam in 1899 ook een klooster van de zusters van het Gezelschap van Jezus, Maria en Jozef. Het kreeg de naam Mariënburg als herinnering aan het franciscanessen-convent met dezelfde naam op dezelfde plaats uit de middeleeuwen. Tot het grote kloostercomplex aan de Sint Janssingel behoorde een kweekschool voor onderwijzeressen met internaat.
Sint Janssingel 88 is een rijksmonument. 'Anno 1894' staat er boven de ingang. In dat jaar riepen Frans van Lanschot en zijn vrouw een fundatie in het leven voor huisvesting en verzorging van bejaarde, ongehuwde vrouwen en weduwen. Zij moesten wel tot het personeel van de familie Van Lanschot hebben behoord. Vele vrouwen hebben er een goed tehuis gevonden. Zij werden verzorgd door de zusters van het naastgelegen klooster Mariënburg. De Van Lanschotstichting werd in 1945 opgeheven.

 

Sint Jansstraat

  

Al eeuwenlang is de Sint Jansstraat de oude, westelijke entree tot de stad. Hier lag, in de toen veel hogere stadswal, een stadspoort: de Sint Janspoort. Deze verleende een uitgang naar de polder Boschveld en May, en van daar kon men verder reizen naar Deuteren en Vlijmen. De oorspronkelijke, middeleeuwse stadspoort lag in het verlengde van de Sint Jansstraat. De Stadsdommel werd daarbij als vestinggracht benut. In 1528 werd een nieuwe poort gebouwd, die niet meer in het verlengde van de straat lag. Er kon daardoor niet meer rechtstreeks van de overzijde van de Dommel dwars door de stadspoort de stad in geschoten worden. Deze poort was een soort tunnel in de stadswal. Aan de buitenzijde was de poort versierd met een beeld van Sint-Jan, het stadswapen en de keizer. Voor de poort lagen uitgebreide vestingwerken. Als men de stad naderde, passeerde men eerst een doorgang in een enveloppe (een in de vestinggracht gelegen doorlopende, aarden beschermingswal). Via een houten brug kwam men op een halve maan (dienende als dekking van een ravelijn). Een tweede brug leidde naar het ravelijn (dat diende ter bescherming van de stadspoort). Van daar kwam men weer over een houten brug bij de Sint Janspoort. Op het ravelijn en bij de poort waren wachthuizen met militairen, die de toegang tot de stad bewaakten. Dit was bij alle

stadspoorten het geval. Ook op de bastions en de wallen stonden wachtposten en liepen soldaten patrouilles. Volgens de reglementen uit 1750 betrokken dagelijks ongeveer 150 soldaten de wacht.

        

  Straten en Stegen:EersteVorige24252728VolgendeLaatste

Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl