|

|
|
De Straten en Stegen
De Uilenburg
|
Uilenburg
Over
het ontstaan van de naam Uilenburg
is nooit zekerheid geweest. Wel
hebben oude en nieuwere schrijvers
niet-gedocumenteerde
veronderstellingen geuit zij
spreken bijvoorbeeld van een berg
waarop uilen huisden wat in Den
Bosch al heel onwaarschijnlijk is.
Anderen hebben het over een burcht
waar dit nachtgevogelte gehuisd zou
hebben, maar de geschiedenis
vermeldt niets over een dergelijk
gebouw in deze buurt. Ook is
gesproken over een conventie
Uilenburg in de 14de eeuw waarover
verder niets bekend is.
|
|
Indien
misschien het convent der zusters
van de Uilenburg bedoeld wordt kan
dat ook al niet omdat de nonnetjes
zich hier vestigden in 1423 en dat
was dus in de 15de eeuw. Laten wij ook eens een gokje wagen
waarbij de lezer wordt uitgenodigd
rekening te houden met het feit dat
vooral in oude tijden namen van
steden, dorpen, straten en wijken
om over familienamen maar niet te
spreken veelvuldig verbasterd en
veranderd werden. Daar zijn ook in
's-Hertogenbosch meerdere voorbeelden van
aan te wijzen. Wat nu de onderhavige
eeuwenoude wijk betreft komen wij
een reeks namen tegen die te lang is
om hier te vermelden. Enkele noemen
wij ter illustratie voor u op Hulenborch, Ruienburg, Uulenborch,
Uylenborgh enzovoort tot het
tegenwoordige Uilenburg toe. Nu
heeft één van deze namen in verband
met de gevonden verdere gegevens in
het bijzonder onze aandacht
getrokken namelijk de naam
Ruienburg. Willen we dit woord
verklaren dan komen we in de
middeleeuwen terecht het Middel-Nederlands
Woordenboek van Verdam brengt ons
verder. Ruien of ruilen betekende
namelijk pellen en wel van graan berch was zonder meer
korenberg. Zo kan de naam
Ruienburg het veelvuldig of
regelmatig pellen van koren
betekenen en dat komt ons zeker
voor deze buurt niet zo vreemd
voor. Het door de stad benodigde
graan werd namelijk in hoofdzaak
door de St. Janspoort binnen
gebracht. En meerdere straatnamen in
de buurt vertellen ons
|
dat
het hier één echt graancentrum
geweest moet zijn de beide
Korenstraatjes waar veel
korenkopers en ook de hoofdman van
hun gilde woonden de Korenbrug, de
Korenbrugstraat en ook de
Lepelstraat repel was de naam van
een middeleeuwse korenmaat. Er was
in deze buurt ook een huis dat 'De Corenberch' heette. En in de
Karrenstraat waar men zijn wagens
stalde en waar in de herbergen veel
koren verhandeld werd droeg een
pand zowaar de naam 'De Hollandsche
Rullewagen'. Daarom komt het ons ook
waarschijnlijk voor dat er in deze
wijk één of meer graanpellerijen
geweest zijn. Misschien was de
watermolen waarvan voor enkele jaren
de sporen bij de Molenstraat
gevonden werden wel een pelmolen
zoals die nog altijd in de provincie
Groningen worden aangetroffen.
Gezien het bovenstaande lijkt het
ons niet zo onwaarschijnlijk dat uit
de oude betiteling van deze
graanbuurt 'Ruienburg' tenslotte de
tegenwoordige naam 'Uilenburg' is
ontstaan.
Uilenburgstraatje
|
Het
Uilenburgstraatje ligt tussen
Uilenburg 8 en 10 en Postelstraat 52
en 54. In de zeventiger jaren van de
vorige eeuw is het steegje mooi
gerestaureerd met beeldbepalende
gevelwanden. Het langgerekte pand op
nummer 2-12 is in feite het
achterhuis van het pand dat op de
hoek staat van Postelstraat met
nummer 52. Aanvankelijk was het een
woonhuis. In 1538 werd er een Bank
van Lening in gevestigd. Rond 1600
werd bierbrouwer Willem Vervorst
eigenaar van het pand maar of hij
het ook als brouwerij gebruikte is
niet zeker. Op 2 oktober 1790 werd
het gebouw verkocht aan de familie
Van Rijckevorsel een echt
wijnhandelgeslacht. Wijnkoopman was
destijds een deftig beroep dat al
eeuwen in de stad werd uitgeoefend.
Thomas Cornelis van Rijckevorsel
bouwde achter de woning een
achterhuis dat met twee topgevels
tot aan de Binnendieze
(Vughterstroom) reikte. Hij maakte
er een wijnpakhuis van. In het
monumentale gebouw bevindt zich op
zolder nog steeds een houten windas
waarmee de ladingen wijn van en naar
de verdiepingen werden getakeld. In
de achtergevel ter hoogte van het
straatniveau bij de Binnendieze is
een baksteen ingemetseld met de
initialen van de opdrachtgever en
het jaartal van de aanbouw (TVR
1791). In 1986 is het complex
verbouwd tot wooneenheden het pand
is rijksmonument. Op zowel de hoek
Uilenburgstraatje/ Postelstraat als Uilenburgstraatje/ Uilenburg ligt een
schampsteen, |
|
om de hoek van het gebouw tegen beschadigingen te beschermen.
Het is een oude, stenen kanonskogel uit de middeleeuwen, de steen had in de
volksmond de bijnaam 'kloot'.
Lamstraatje
Tussen Postelstraat 28 en 30
bevindt zich het Lamstraatje. Het straatje doorlopend komt men uit op de
straat met de naam Uilenburg. Niet te
|
|
verwarren met het
Uilenburgstraatje dat verderop is en ligt tussen Postelstraat 52 en 54. Het Lamstraatje dankt zijn
naam aan het pand
Postelstraat 34 dat 'Het Wit Lam'
heette.
Vroeger strekte het perceel van deze
woning zich uit tot over dat van het
hoekhuis op nummer 30 en had een
achteruitgang in dit steegje. In
1566 werd het bewoond door Embert
Thulinck een man die in dat jaar
meedeed met de beeldenstormen in de
stad. In 1600 was er een brouwerij
in gevestigd. Het hoekhuis
Postelstraat 28 heette 'Nieuw
Herlaer' en kreeg na 1669 de naam
'Het Casteel van Onsenoort'. Het
andere pand op de hoek Lamstraatje
en Postelstraat 30 had de naam 'De
Groote St. Antonis'. Het was van
oorsprong een middeleeuwse woning
van het gebruikelijke Bossche type
dus met een vast achterhuis. Dit
pand heeft zelfs twee achterhuizen
waarvan het eerste onderkeldert is.
Aan het einde van de 19e eeuw is het
grondig verbouwd. In de zijgevel
langs het Lamstraatje is te zien dat
alleen de begane grond en kelder uit
de middeleeuwen stammen. De
voorgevel met originele winkelpui
dateert volledig uit de 19e eeuw.
Bij een restauratie zijn de
oorspronkelijke moer- en
kinderbalken teruggevonden. Het
Lamstraatje liep tot 1975 dood op de
Binnendieze (Vughterstroom) in dat
jaar werd het via een houten
bruggetje met de Uilenburg
verbonden. Het behoort tot het
middeleeuwse stratenpatroon.
|
Capucijnenpoort
Aan de Postelstraat ligt het
zijstraatje Capucijnenpoort. De eerste straat is genoemd naar de Abdij van
Postel, die in 1258 van poortenaar Lambertus Sus een pand ter beschikking
kreeg aan Postelstraat 16. De abdij vestigde er een uithof (een boerderij)
in, die later uitgroeide tot een refugiehuis.
|
In 1614 verkochten de Postelse
norbertijnen een deel van hun wijkplaats aan de paters capucijnen, die op
het achterterrein hun kerk
en klooster met 33 cellen bouwden.
Zij
kochten ook grond bij van het
Loyersgasthuis en een stuk van de
straat Uilenburg, waaraan dat
gasthuis lag. Door al deze aankopen
werd het een zeer uitgestrekt
terrein. De capucijner orde wilde
een tegenwicht vormen voor het
opkomende protestantisme. Na de
inname van de stad in 1629 door
Frederik Hendrik werden klooster en
kerk geconfisqueerd, alle mannelijke
kloosterlingen moesten de stad
verlaten. Het kloostercomplex werd
verkocht, alles werd in het begin
van de 19e eeuw gesloopt. De
capucijnen zijn in 1896
teruggekeerd. De straat waaraan hun
klooster lag, heette eerst
Capucijnenlaan en later
Kloostersingel, tegenwoordig de Van
der Does de Willeboissingel.
Een poort die vanuit de Postelstraat
toegang gaf tot het kloostercomplex,
kreeg al snel de naam
Capucijnenpoort. Waar die poort
precies gestaan heeft, weten we niet
zeker. Het tegenwoordige straatje
Capucijnenpoort heette in de 16e
eeuw nog Waterstraatje; in een
schepenakte van 1577 werd het ook
aangeduid als: 'dat straetken neven
den Postel'. De Capucijnenpoort liep
vroeger dood op een muur; begin
jaren tachtig van de vorige eeuw
werd het doorverbonden met de
Uilenburgstraat. |
|
|
|
Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch |
|
|
|
Foto's
copyright
©
bij groetenuitdenbosch.nl |
|
|