Stadswandeling

 Geschiedenis

 Binnendieze

 Sint-Janskathedraal

 's-Hertogenbosch

 Straten en Stegen

  De Markt

  Pensmarkt

  Schapenmarkt

  Hooge Steenweg en Karrenstraat

  Fonteinstraat en Ridderstraat

  Lombardje

  Verwersstraat

  Prins Bernhardstraat en Keizerstraat

  Beurdsestraat en Weversplaats

  Korte – Lange Putstraat

  Kerkstraat en Gasselstraat

  Parade en Peperstraat

  Papenhulst en Nachtegaalslaantje

  Clarastraat en Choorstraat

  Bethaniëstraat en Sint Jacobshof

  Baselaarsstraat en Hekellaan

  Gasthuisstraat en Rozemarijnstraat

  Hinthamerstraat

  Sint Josephstraat en Nieuwstraat

  Schilderstraat en Louwse Poort

  Hinthamereinde en Zuid-Willemsvaart

  Tolburgwijk en GZG terrein

  Orthenstraat en Jan Heinsstraat

  Barbaraplaats en Sint Geertruikerkhof

  Visstraat en Binnenhaven

  Lepelstraat en Sint Jansstraat

  Molenstraat en Omgeving

  De Uilenburg

  Postelstraat en Kruisstraat

  Snellestraat en Minderbroedersstraat

  Vughterstraat

  Berewoutstraat en Westwal

  Kruisbroedershof en omgeving

  Tilmanshof en Kuipertjeswal

  Sint Jorisstraat en Spinhuiswal

 Vestingstad in het groen

 Bossche wijken

 Oeteldonk

 Evenementen


 

       

De Straten en Stegen

Berewoutstraat en Westwal

           

Berewoutstraat

  

De Berewoutstraat dankt haar naam aan Arnout Berwout die uit een oud-adellijke Bossche familie voortkomt. De familie had in de straat een zeer aanzienlijk huis dat via een gangetje met een poort in de Vughterstraat uitkwam. De huizen de Witte Leers (Vughterstraat 105) en de Drie Morianen (Vughterstraat 107) behoorden ook toe aan de familie Berwout. Archeoloog Hans Janssen vond bij opgravingen in 2000 aan de Berewoutstraat een

onbekende eind 13e eeuw gedempte noord-zuid lopende Diezetak. In het begin van de 14e eeuw is hierop een groot patriciërshuis gebouwd. Tegen het einde van diezelfde eeuw werd het afgebroken en vervangen door een aantal kleine huisjes. Waarschijnlijk gaat het bij dit patriciërshuis om het oudste stadshuis van de familie Berwout. Aan de andere kant van de Berewoutstraat nabij de stadswal stond gieterij de Clockgieterspoort waar kleine klokken werden gegoten. Oudste eigenaar ervan (rond 1480) was meesterklokkengieter Gobelius Moer compagnon van de beroemde klokkengieter Geert van Wou. Een latere eigenaar van dit gebouw was Peter van Oldenburch de stadsbeul of zoals hij zich noemde 'de meester van den scherpe gerechte'. In 1733 was sprake van een complex bestaande uit de Klokgieterspoort, drie huisjes met tuinen, vijf andere huisjes (de galerij genoemd) een Berg (werf van een afgebroken molen op Bastion Maria) en een daarop staand huisje, de Klock genoemd. Tien jaar later kocht de stadsregering enkele van die huizen op sloopte die en bouwde in 1744 aan de oostkant van de straat de Berewoutkazerne ter huisvesting van 384 manschappen van de artillerie.

     

De straatnaam komt soms verbasterd voor als Berberstraat. In akten uit 1567 en 1587 wordt de straat ook Aert Berewoutstraat genoemd. Op 7 november 1615 werd vergunning verleend aan Paul Ambrosius

van Gerwen voor de oprichting van een oliemolen aan de Berewoutstraat nabij de stadswal. Begin 20e eeuw heeft de straat enkele scholen gekend de Zustersschool, de Bijzondere Meisjesschool, de Bewaarschool. Rond 1930 was in de straat een lagere school gevestigd de 'Berewoutschool' die te boek stond als de armenschool van de parochie St.-Cathrien.

       

Achter de Boogaard

  

Een drukke straat met eenrichtingverkeer in de Bossche binnenstad. Geen bijzondere huizen lijken het. Maar we nemen ditmaal toch een kijkje achter

de zuidelijke gevels van de woonhuizen aan de straat Achter de Boomgaard. Eens stond er na de eerste uitbreiding van de stad in 1318 een stadspoort bij de Kuipertjeswal - Achter de Boomgaard. Maar in de loop van de veertiende eeuw werd ook een verder gelegen stuk de Vughterdijk bij de stad getrokken. Omstreeks 1400 kwam er een nieuwe stadspoort ter hoogte van het huidige Wilhelminaplein ook bekend als 'Het Heetmanplein'.
In het begin van de veertiende eeuw kregen 'de Jonge Schutters' buiten de stadspoort de beschikking over een eigen schietterrein een bogaard. Uit welke periode precies de Bossche schuttersgilden dateren is niet bekend. De Jonge Schutters schoten evenals De Oude Schuts met een kruisboog. Op hun bogaard konden zij zich hierin oefenen.
Bij het vergroten van de stad kwam het schietterrein midden in de bebouwde kom te liggen. Op zichzelf was dat toch niet zo erg. Aan de Vughterstraat bezat men een eigen pand en de bogaard zelf strekte zich uit tot aan de stadsmuur aan de Westwal. In 1424 werden De Jonge Schutters ernstig in hun bestaan bedreigd. De Bossche schuttersgilden waren naar 's-Gravenbrakel getrokken in opdracht van de Brabantse hertog om er deze stad van de Engelsen te bevrijden.
Volgens de kronieken verloren bij deze veldslag 700 Bosschenaren het leven! De Oude en de Jonge Schuts zijn toen
samen enige tijd één gilde geweest. Jaren later scheidden beide schuttersgilden zich weer.

In de loop van de zestiende eeuw verloren de schuttersgilde langzamerhand hun politietaken en vanaf 1567 werd de stad door een eigen garnizoen verdedigd. Toch bleef de Jonge Schuts bestaan. In de achttiende eeuw werd hun bogaard beschreven door de historieschrijver Van Heurn. „De boomgaard van de schutterye van den Jongen Voetboog is op het Vuchtereinde even buiten de Vuchterbinnenpoort gelegen”. Aan de Vughterdijk stond een behuizing van de schutters, „achter gezegde gebouwen is een ruime plaats met bomen geplant welke zich tot aan den wal uitstrekt waarvan die met een muur in welk een poortje is afgescheiden wordt”.
In 1535 werd Floris van Egmond, graaf van Buren en Leerdam, heer van Ysselstein, St.-Maartensdijk, Kranendonk, enz... die echter toch de bijnaam 'Fleurtje Dunbier' had koning van het gilde. Omstreeks 1800 werden de schuttersgilden opgeheven. De stad verkocht de bogaard in 1803 aan Francois Tret. Hij werd verplicht 'eens capitale huizinge' aan de Vughterdijk te bouwen. In het straatje naar de wal toe kwamen ook huizen te staan zoals de oudste kadastrale kaart van de stad uit ca. 1823 laat zien. Toen was de bogaard achter de voorgevels reeds verdwenen.

      

Achter den Engel

  

Het steegje 'Achter den Engel' bevindt zich tussen Vughterstraat 201 en 203 én tussen Westwal 26 en 27. Het is genoemd naar het hoekhuis 'De Engel' Vughterstraat 201. Het huis op nummer 203 dateert uit 1635 en heette 'Sinte Anna' later werd het 'De Asbak'. Vanuit de Vughterstraat is het eerste gedeelte van 'Achter den Engel' een lage doorgang van nauwelijks 170 cm hoog. Balken die een houten vloer dragen zijn in het zicht. De onderdoorgang is opgenomen in de gevel van het huis dat boven de doorgang is gebouwd. Het behoort tot het middeleeuwse stratenpatroon.
Eeuwen lang was de Vughterstraat met de Westwal verbonden via 'het Engeltje' zoals het steegje meestal genoemd werd. Tegenwoordig is een vrije passage niet meer mogelijk. Na enkele tientallen meters vanaf de Vughterstraat verhindert een houten poort een verdere doortocht. Aan de zijde van de Westwal is een toog in de gevel aangebracht. De eerste vijf meters zijn hier overbouwd daarna loop je tegen een ijzeren spijlenhek aan. De bovenkant van het hekwerk is versierd met een halve cirkel plaatwerk waarin een engel met bazuin is uitgesneden. Het middengedeelte van 'Achter den Engel' is geblokkeerd vanwege een binnentuin met poorten. Een directe verbinding tussen Vughterstraat en Westwal is nog via het Katerstraatje en Achter
de Bogaard mogelijk. Aan de kant van de Westwal bevindt zich bij de ingang van het steegje een rondeel in

de vestingmuur. Van hieruit heeft men naar weerskanten een vrij zicht op de vestingmuur en de Stadsdommel

    

Katerstraatje

  

Tussen Vughterstraat 217 en 219 en tussen Westwal 32 en 32A bevindt zich het Katerstraatje. Het steegje dankt zijn naam aan het hoekhuis 'De Swarte Kater' dat vroeger stond op de plaats van Vughterstraat 219. Aan de gevel waren twee afbeeldingen van een poes aangebracht. Het huidige

pand op nummer 219 is in 1906 gebouwd, nadat hier eerst een café met bovenwoning had gestaan. De gevel bevat elementen van Jugendstil/Art Deco. De huidige bewoner Simon Kuilenberg heeft op een houten gevelsteen de oude huisnaam teruggebracht. De woning Vughterstraat 217 heet 'De Swarte Bellaert'. Volgens Mosmans is een bellaart de voorste koe van een kudde die de bel om heeft. Oorspronkelijk werd dit deel van de straat Vughterdijk genoemd het huisnummer 83 van deze oude straataanduiding is nog goed zichtbaar aanwezig. Ongeveer dertig jaar geleden werd achter het huis nummer 219 een grote beerput gevonden. Halverwege het steegje ligt een parkeerterreintje voor auto's dat vanuit de Westwal bereikbaar is. Qua bouwperiode behoort het Katerstraatje tot het middeleeuwse stratenpatroon. Het Katerstraatje is met Achter de Bogaard de enige vrije verbinding tussen Vughterstraat en Westwal.
In 1964 had de gemeente het Structuurplan aangenomen. De gehele Binnendieze zou worden gedempt eroverheen kwamen brede wegen zodat het stadscentrum snel bereikt zou kunnen worden. Als onderdeel van het verkeerscirculatieplan wilde men een brede weg aanleggen tussen de Westwal en de Parklaan. Het pand 'De Swarte Kater' zou worden gesloopt en kon destijds alleen als 'sloophuur' worden gehuurd. Het Structuurplan ging uiteindelijk gelukkig niet door.

     

Achter de Bijenkorf

  

Het steegje Achter de Bijenkorf was oorspronkelijk een verbindingsgangske tussen Vughterstraat 277 en 289 én Westwal 48G/48H en 49. Hoewel het straatje niet van middeleeuwse oorsprong is omdat dit gebied aan de Westwal lange tijd onbebouwd bleef is het toch van historisch belang.

Vanaf de Westwal is het vrij toegankelijk tegenwoordig loopt het daar dood op een binnenhofje (nieuwbouw). Vanaf de Vughterstraat is het nog wel herkenbaar als steegje maar is door middel van een poort afgesloten. In contrast tot wat in 's-Hertogenbosch gebruikelijk is is dit steegje niet genoemd naar een van de hoekhuizen maar naar het historische pand 'De Bijekorf' dat verderop in de Vughterstraat staat op nummer 269/271. Dit gebouw heeft een laag voorhuis en een hoog achterhuis hetgeen typerend is voor het laatmiddeleeuwse Bossche burgerhuis. Bouwhistorici hebben deze woning kunnen dateren op 1500 op basis van de laatgotische sleutelstukken (dragers van de zware moerbalken) met peerprofiel die tijdens onderzoek in 1993 in de zolderbalklaag van het achterhuis zijn aangetroffen. Het pand Vughterstraat 269/271 wordt van nummer 273 gescheiden door een smalle goot van één Bossche voet (= 28 centimeter) voor het opvangen van het van de daken druipende hemelwater. Een dergelijke druipgoot (osendrup genoemd) was een algemeen voorkomend iets in

's-Hertogenbosch rond 1500. De middeleeuwse kelder heeft een tongewelf. Mogelijk tot in de 18e eeuw heeft de woning een houten voorgevel gehad. De huidige stenen klokgevel is 18e-eeuws. Omdat vroeger sprake was van twee huizen heeft het pand nu nog twee nummers.

          

  Straten en Stegen:EersteVorige30313334VolgendeLaatste

Bronnen, noten en/of referenties:
Straat in Straat uit (1984)
's-Hertogenbosch van straet tot stroom (2006)
Stadsblad door Ed Hupkens
Erfgoed 's-Hertogenbosch

home

Website informatieGastenboek

Foto's copyright © bij groetenuitdenbosch.nl