|
Tilmanshof
Het karakteristieke maar
weinig bekend staande Tilmanshofje ligt enkele tientallen meters
teruggetrokken en verscholen aan de Parklaan onder de
|
|
nummers 14 tot en met 21. De naam Parklaan kwam rond 1885 in gebruik. Daarvoor heette het Zuidwal
en ook nog Stadsgracht. Tot
halverwege de 20ste eeuw liep
parallel aan de Parklaan de
Parkstroom, een zijtak van de
Binnendieze. Een houten brug verbond
het hofje met de Parklaan. In 1950
werd de Parkstroom gedempt en de
brug gesloopt. Het Tilmanshofje
bestaat uit acht woningen in twee
blokken van twee en vier vrijstaande
huizen. In 1896 zijn de woningen
gebouwd. Ontworpen in koloniale of
stationsstijl hebben de panden
kenmerkende opengewerkte kappen met
een oversteek. Het complex is
waarschijnlijk door de uit Brussel
afkomstige architect Jules Dony
ontworpen. Deze Dony heeft een groot
aantal huizen op Het Zand gebouwd.
Hij is ook de architect van de Draak
op het Stationsplein een geschenk
aan de stad (19 juli 1903) van
Commissaris des Konings Bosch van
Drakenstein. In 1907 kwamen de
huizen in bezit van de bankier C.
Tilman ten behoeve van 'minder
bedeelde katholieke gezinnen'. Hij
woonde zelf met zijn gezin in een
stadsvilla aan de Vughterstraat pal
achter de Tilmanshof. Tot op de dag
van vandaag bestaat de Stichting
Tilmanshof een charitatieve
instelling voor milieu, cultuur,
recreatie en religie. Op de plek van
het Tilmanshofje heeft tot 1895 een
stadsboerderij gestaan met een grote
warmoes (groentetuin) in eigendom
van een pastoor uit Velddriel. Het
Tilmanshofje is tot beschermd
stadsgezicht verklaard.
|
Achter het Fortuintje
Het steegje Achter het
Fortuintje ligt tussen Vughterstraat 254/256 en 258 én tussen Parklaan 23 en
23 A t/m E. Het is genoemd naar het hoekhuis 'Het Fortuyn' dat lag aan de
voormalige Vughterdijk thans Vughterstraat 258. Het andere hoekhuis op
nummer 254/256 heette 'Het Rooie Leeuwke'.
|
Begin twintigste eeuw was er
nog een water- en vuurhuis in gevestigd. Vooral
in de 19e eeuw telde
's-Hertogenbosch een flink aantal
water- en vuurhuisjes die meestal in
de volksbuurten gevestigd waren.
Aanvankelijk kon men er warm water
en gloeiende kooltjes kopen. Het was
niet alleen een praktische
voorziening het was ook een sociaal
trefpunt. Later vulden ook andere
(huishoud)artikelen de schappen. Na
de oprichting van de Gemeentelijke
Gasfabriek in 1887 was het tijdperk
van de water- en vuurhuizen
eigenlijk al voorbij.
Het steegje liep vroeger dood op een
Binnendiezetak de in 1950 gedempte
Parkstroom. Het eerste gedeelte
vanaf de Vughterstraat is van
historisch belang mede door de
aanwezigheid van vijf
karakteristieke luchtbogen. Het
behoort tot het middeleeuwse
stratenpatroon. Halverwege ligt een
parkeerterrein bereikbaar vanuit de
Parklaan.
Achter in het steegje stond de vóór
1450 gestichte Sint Corneliuskapel
met liefst drie altaren. Het beleg
van 1629 veranderde de kapel in een
ruïne in 1664 werd alles afgebroken.
Achter de kapel stond enige tijd het
Heynsgasthuis voor oude mannen.
Volgens een schepenakte van 16 april
1626 'streckende van de gemetste
buytenste steenen pilaeren der
voerscreven Capelle toe op den
waeterstroem daerachter vlietende'.
Na 1629 werd het gasthuis verplaatst
naar Vught. |
|
Achter de Drie Zwanen
Tussen Vughterstraat 186 en
190 bevindt zich een straatje met de naam Achter de Drie Zwanen. Genoemd
naar het voormalige winkelpand 'De Drie Swaenen' aan de Vughterstraat 186.
De winkel maakte oorspronkelijk deel uit van een woning met poort met de
huisnaam 'Het Rood Hart'. In dit
|
|
pand was ooit een
bierbrouwerij gevestigd. Volgens Mosmans wordt
het pand in 1568 vermeld als 'Frans Janssen in De Drie Swaenen op ten
Dijk'. Met 'Dijk' wordt bedoeld
Vughterdijk.
Rond
1400 werd de stad uitgebreid met
zo'n acht hectare grondgebied dat
later de Vughterdriehoek is gaan
heten. Het gedeelte vanaf de hoek
Kuipertjeswal en Vughterstraat (waar
de Kruispoort heeft gestaan)
richting het latere Wilhelminaplein
werd tot 1947 Vughterdijk genoemd.
Bosschenaren spreken ook wel van
Vugterendijk, Vughtereinde,
Vugtereneinde, Vughteruitgang of
Vugterenuitgang.
Het straatje Achter de Drie Zwanen
leidt nu naar een hofje. Niet een
hofje in traditionele zin (een
geheel van gewoonlijk om een
binnenplein gelegen kleine huisjes
meestal bewoond door bejaarde
vrouwen) maar een modern hofje. Dat
wil zeggen huizen die gegroepeerd
zijn om een plein dat buiten de
verkeersstroom ligt. Het hofje aan
Achter de Drie Zwanen is in 1986
gebouwd. De eerste vijftien meters
zijn overbouwd. Komend vanuit de
Vughterstraat hangen aan de
linkerkant van de onderdoorgang
kunstwerken gemaakt door
buurtkinderen.
Via Achter de Drie Zwanen is een
ander hofje bereikbaar het
Tilmanshofje. Dit vroegmoderne hofje
is in 1896 gebouwd achter de
stadsvilla van de opdrachtgever de
familie C. Tilman in de
Vughterstraat. Het straatje komt
uiteindelijk uit in de Parklaan.
|
Kuipertjeswal
In 1318 kreeg Den Bosch van
Hertog Jan III toestemming nieuwe stadsmuren aan te leggen. Er woonden
steeds meer inwoners buiten de oude stad en zelfs de Sint-Jan was buiten
deze veilige muren gebouwd. In de loop van de veertiende eeuw zijn deze
nieuwe stadsmuren aangelegd. Zo liep er ook een muur langs de
Kruisbroedershof/Kuipertjeswal naar de Vughterstraat. Daar bevond zich een
stadspoort de H. Kruispoort.
Dat betekent dat de Kuipertjeswal in het begin een vlak achter de stadsmuur
gelegen verbindingsweg was om in geval van nood de schutters en burgers snel
naar bedreigde plekken te brengen. Maar doordat ook het gebied van de
Vughterdijk al snel ommuurd werd raakte de stadsmuur bij de
|
Kuipertjeswal spoedig buiten
gebruik. Afgebroken werd ze echter niet. Toen in 1629 het Beleg van
Frederik Hendrik zo ver gevorderd was dat
er een bres in de stadsmuur werd
geslagen ter hoogte van het bastion
Vught overwoog Van Grobbendonck om
de Vughterdijk maar op te geven en
de stadsmuur bij de Kuipertjeswal
weer als verdedigingslinie in
gebruik te nemen.
Dat
ging niet door op advies van
Bisschop Ophovius volgden er
onderhandelingen en gaf
's-Hertogenbosch zich in 1629 aan de
Staatsen over.
De stadsmuur is nu bovengronds
verdwenen hoewel er onder de grond
wel degelijk resten van deze muur en
eventueel rondelen aanwezig kunnen
zijn.
Dwars door de Kuipertjeswal stroomde
een tak van de Binnendieze. Dat was
de Parkstroom die door middel van de
Corneliushekel water kreeg uit de
stadsgracht. Via deze Binnendiezetak
kwam het water dan in de
Vughterstroom en vervolgens ging het
water via de Haven de stad uit. De
Parkstroom diende als riool en
afvoerweg van afvalstoffen voor het
gebied rond de Vughterdijk.
Regelmatig moesten er daarom dan ook
baggerwerkzaamheden in worden
uitgevoerd.
Bijna vijftig jaar geleden in 1949
werd de Parkstroom gedempt. Het
water stonk en had geen functie meer
omdat het gebied intussen van een
riool was voorzien. Toen verdween
ook de brug uit de Kuipertjeswal.
|
|
Het was de tweede grote aantasting van dit stelsel van stadsriviertjes in
1929 was de Dode Stroom reeds uit het Bossche stadsbeeld verdwenen. De huidige bebouwing van de
Kuipertjeswal dateert in hoofdzaak uit de dertiger jaren. Voordien was de
straat niet zo breed als zij nu is. Aan de Vughterstraat stond toen nog een
huis dat later gesloopt werd om de Kuipertjeswal breder en beter
toegankelijk te maken voor het autoverkeer. Vanaf de Kuipertjeswal gezien
stond dit huis aan de linkerzijde. Daardoor veranderde de Kuipertjeswal van
een klein rustig achterafstraatje in een verkeersaantrekkende straat: een
geheel ander straatbeeld dan een halve eeuw geleden.
|